|
Route des grandes alpes |
Zaterdag 23/07/2005
Dag 0
Kontich à Thonon les Bains
4:45 u De wekker loopt af. Goed zot, maar och, voor een fietsvakantie kan iets
meer. De vijfde op rij trouwens. Afgesproken om 5:30 u en iedereen op tijd.
We hadden gisteren fietsen en bagage geladen. De gehuurde 8 + 1 en de clubkar
waar 10 fietsen op kunnen, is juist geschikt. Er is dus een verschil met de
vorige jaren. Toen vertrokken we vanuit Kontich. Nu rijden we naar Thonon les
Bains, even voorbij Genéve, aan het Lac Leman, vanwaar we in 7 dagen
dwars door de Alpen naar Menton aan de Middellandse zee zullen fietsen. Een
tocht van ongeveer 700 Km.
Dré Van Loock, Dirk Gebruers en Dirk Bosmans zijn oudgedienden en doen
voor de 5de maal mee.
Voor den Dré met enige nuance. Ooit schreef ik dat hij als goede wijn
is, elk jaar een beetje beter. Nu is er een kurksmaakje aan. Zijn knieën
zijn zo rot dat hij verkoos om begeleider te zijn. Een overigens bijzonder lovenswaardig
initiatief want niet één beter dan hij weet wat het betekent ons
te begeleiden.
Dirk Gebruers is het proefkonijn. We gaan eindelijk weten of seks invloed heeft
op het fietsen.
Dirk Bosmans, uw schrijver van dienst, staat er dit jaar alleen voor. Dirk VdB
vond deze tocht te gemakkelijk en wilde persé naar Compostella fietsen.
Paul en Nicole Huygelen – Mertens, het fietsende echtpaar, zijn er ook
al voor de 4de maal bij. Ze leven voor de fiets en maken van elke fietstocht
een vakantie.
Marc Paelinckx en Luc De Winter zijn ook niet aan hun proefstuk toe. Aan hen
hebben we twee gezellige en gemotiveerde wielertoeristen.
Voor Fons Colliers, in Kontich en wereldwijde omgeving gekend als “Fons
den bakker”, zal de toekomst het uitwijzen. Nadat hij zijn oven heeft
afgebroken kan hij voor de eerste maal mee. Boze tongen beweren dat hij best
van zijn naamgenoot “Fons Kompas” dat specifieke onderdeel zou meenemen.
Dus even schrikken bij de eerste stop toen hij al niet kwam opdagen. Maar geen
paniek, hij stond in file aan de wc.
De rit per auto verloopt prima. Zou het anders kunnen met al die geoefende vakantie-slakhuis-trekkers?
De topprestatie van deze dag zal wel in het culinaire liggen, wat overigens
elk jaar ook zwaarder wordt.
Na het diner demonstreert de dienstdoende kelner hoe hij met roeien de bekers,
die op de schouw prijken, heeft verzameld. Het na-apen van die uitbeelding gebeurt
waarschijnlijk met een te nadrukkelijke heupbeweging want het werkt heel uitbundig
op de lachspieren van de dienster.
De twee Dirken zijn vandaag soloslapers elk in een piepklein kamertje met een
piepkleine douche, een piepklein lavabootje en een piepklein bed. Alleen de
wc was gewoon, gelukkig.
*************
Zondag 24/07/2005
Dag 1
Thonon les Bains à La Clusaz
97 Km
Wordt wakker 5 min. voor mijn GSM-wekker zijn taak zal verrichten. Dirk G komt
op mijn deur kloppen en ik kan fier zeggen dat ik al bijna klaar ben.
Wellicht onder Zwitserse invloed nuttigen wij ons eerste ontbijt met een sneetje
hesp en kaas.
Met verenigde krachten sleuren we de aanhangwagen uit de onderaardse garage.
Alles nog eens nazien want nu beginnen we er echt aan.
Het weer, ondanks de voorspellingen, zal tien dagen schitterend zijn. Behoudens
de uitzonderingen die de regel bevestigen. We vertrekken dus onder een wolkendek
dat even later over onze inspanningen zo ontroerd was dat het spontaan begon
te huilen.
De eerste col van ons verlof, Col de Gets (740 m over 19 Km), dus in de regen.
Bij de middagstop treuzelen we wat, we hebben tijd. De wolken mogen nog wat
meer opschuiven, bovendien is het zondag. Dré zorgt voor een echt zondagmaal
met broodjes en éclairs. Blauwe gaten in de lucht! Het is tijd voor het
echte werk.
Col de la Colombière (1124 m over 17 Km), een naam die we in de toekomst
met meer respect zullen uitspreken. Iedereen brengt het tot een goed eind, wat
had je van ons anders verwacht?
De Fons, een geboren verleider(?), schuimt de wei af naar enkele bloeiende grassprieten
die Nicole in een miniceremonie met kussen worden overhandigd.
Raar maar waar, iedereen heeft deze klim gereden met een extreem hoge hartslag.
Moge de specialisten ons daar uitleg over verschaffen.
We slapen in het mooiste hotel dat we hadden geboekt en het diner, 5 gangen
en koffie, was in dito stijl.
Nadien in “La Clusaz” vinden we nog een pleintje met life jazz muziek.
Fonske krijgt het moeilijk. Vindt het raar dat het om 22:00 u donker wordt,
gelooft Paul als die zegt dat er nog een deltavlieger rondvliegt en belooft
om morgen bij mij te blijven.
We hebben hem naar bed gestuurd.
*************
Maandag 25/07/2005
Dag 2
La Clusaz à Bourg St. Maurice
97 Km
Een heerlijke nachtrust gehad. Het ontbijt is prima, het laatste met een sneetje
vlees en kaas, maar dat beseffen we nog niet. La Cusaz is een plaats helemaal
afgestemd op de bergen. Alpinisten in de zomer en skiërs in de winter.
Er zijn vandaag 4 vrij onbekende cols te beklimmen, we starten dan maar onmiddellijk
met de Col des Aravis (386 m over 7,5 Km) een opwarmer. Direct na de afdaling
krijgen we de Col des Saisies (650 m over 14,5 Km). Laat ons zeggen dat ze allebei
deugdelijk waren voor de vetverbranding.
De temperatuur is tegen het middaguur ook al fatsoenlijk gestegen tot meer dan
30 °C en we zijn dan niet onverdeeld blij om dadelijk na de afdaling van
de Saisies een pizzeria te vinden met een grote tafel en tent om in de schaduw
wat te verpozen. De 6 bestelde pizza’s voor 8 man zullen ons nog de ganse
dag eten verschaffen.
De volgende specimen Col de Meraillet en de Cormet de Roselend plakken in feite
aan elkaar (887 m over 19,5 Km) Ook niet om over naar huis te schrijven hoewel
we in ons Belgenland al dapper moeten zoeken om meer dan 19 Km aan één
stuk te klimmen. Geen gezeur daarvoor zijn we nu juist naar hier gekomen.
De afdaling is snel. We dalen meer dan dat we klommen, maar voor we Bourg-St.
Maurice binnenrijden wordt gewacht tot zelfs de volgwagen er is.
Het hotel ligt iets rustiger, weg van het centrum. Maar eten gaven ze er niet,
daarvoor trekken we met zijn allen de stad in. We vinden nog plaats onder een
van de typische cafétenten op straat. De frieteters gaan hun gangen terwijl
de gratin overheerlijk was, he Dré. We krijgen nog een Franse stortbui
zodat het dessert nog binnen wordt geserveerd maar liever dat dan morgen een
bui op de fiets. Een stilzwijgende overeenkomst met de weergoden die dat zeer
correct naleven.
We dalen slenterend de afgewassen straat af richting auto. We zijn een beetje
moe. De vorige dagen wat te weinig nachtrust en morgen Col de l’ Iseran!
*************
Dinsdag 26/07/2005
Dag 3
Bourg St. Maurice à St Michel-de-Maurienne
120 Km
Wah, een ontbijt met een eitje en bananen in de fruitschaal. Voor wie even
had nagegaan wat ons te wachten stond is het hamsteren geblazen. Ik niet, ik
vertrouw nog altijd op mijn overgewicht als voorraad.
Vanaf we op de fiets stappen is het klimmen. Dat is al wel vaker gebeurd dit
verlof, maar nog nooit voor 47 Km aan één stuk. Het wordt voor
sommigen een eenzame dag, zo gauw we uit het stadje zijn valt ieder terug op
zijn tempo. We klimmen 300 hoogtemeters over 14 Km en dat valt nog wel mee.
Wat de koplopers (Dirk G, Marc en Fons) betreft hoor ik nadien dat zij de ganse
trip in één ruk hebben gemaakt. Proficiat.
Zelf kom ik als eerste van de volgers bij Dré die even voor Val d’
Isère aan het stuwmeer wacht. Er blijken enkele tunnels waarvan één
redelijk lang op het parcours te liggen. Met Luc die vlak na mij komt blijven
wij even wachten op Paul en Nicole en genieten van het mooie uitzicht.
We zijn niet alleen. Er staat daar een enorme troep fietsers het zelfde te doen.
Straffe gasten want die waren ons in de beklimming vrij vlot voorbijgestoken.
Dré die buiten zijn taak ons te begeleiden ook nog de sociale contacten
voor zijn rekening neemt, weet te vertellen dat het Denen zijn. De vrouwen net
als bij ons vertegenwoordigd in een verhouding van 1 op 8.
Even na de Denen vertrekken wij met in ons zog de volgwagen die ons behoedt
bij de doorgang door de tunnels. In Val d’ Isère laten we Dré
terug op zoek gaan naar de koplopers en wij gaan even koffiekletsen.
Die nest Denen heeft blijkbaar hetzelfde gedaan want bij de eigenlijke beklimming
van de Col de l’ Iseran (1264 m over 16 Km) is het een Europese invasie
op de Franse bergen.
Col de l’ Iseran heeft wat gelijkenis met de Galibier. Het is weer doseren.
Boven op de top op 2770 m boven zeeniveau vinden we de koplopers, inmiddels
al uitgerust, terug.
Er staat ons nog wat te wachten. 73 Km dalen! Aan de andere voet van de col
gaan we iets eten.
Als we nog een 10-tal Km moeten doen, komt Dirk G op zijn sokken af dat de weg
misschien afgesloten is. Hij had de weg in zijn vakantie al verkend en wist
bijgevolg de oplossing. Klimmen! In de 6 Km venijnige klim die daar op volgt
komen we weer die Denen tegen. Enfin in stukken en brokken. Van homogeniteit
is geen sprake meer, wij steken ze nu voorbij en komen eerst aan in St Michel
de Maurienne.
Na het avondeten komt het enige meningsverschil van de reis naar boven. Paul
vindt dat er meer moet gestopt worden. Maar het was dan ook een uitzonderlijke
dag, de langste klim en de langste afdaling, een hoog tempo en de derde dag
fietsen. Hij is bezorgd om Nicole en om ons, maar vindt de juiste woorden niet
altijd.
*************
Woensdag 27/07/2005
Dag 4
St Michel de Maurienne à Briançon
68 Km
Half acht, stierlijk overslapen. Op 50 m van ons slaapkamerraam een klaterende
bergrivier en tussen het raam en het water een trein. Snikheet zodat we tot
’s morgens hadden liggen woelen in bed. Een kamer die tot overmaat van
ramp op de derde verdieping lag en waar de tijd had stilgestaan. De lift was
een vervoermiddel dat hier nog geen intrede had gemaakt.
Het ontbijt een paar sneden te hard gebakken Frans brood en zwartgeblakerde
croissants met prefab-potjes-confituur enfin zoiets waarbij je tegen je gebit
zegt “vreet alleen”.
We zijn de wagen nog aan het laden als we de Denen van gisteren aan onze neus
zien passeren. Een groep van 40 man en enkele vrouwen, indrukwekkend. Ze gaan
dus ook de Telegraphe en Galibier doen. En om het thuisfront wat te jennen:
wat zijn die Deense toch pracht wijven. Blond van haar, het vel mooi getint
door de zon. Mooi gespierde armen en benen, geen buikje en een bescheiden boezem.
Maar ja, dat is aanpasbaar.
We laten het-beter-maar-te-vergeten-hotelletje in ijltempo achter ons en beginnen
aan de col de Telegraphe die vlak achter de hoek al ligt te wachten.
In de bergen zijn het de weergoden die bepalen of je erop mag of niet. Vandaag
zijn ze ons zeker gunstig gezind. We klimmen onder een aangename zon met serieus
wat wind in de valleien, maar al bij al goed te doen.
De Denen die we aan de voet van de Galibier hadden bijgehaald houden er een
andere methode van klimmen op na dan wij. Zij rijden in “busjes”
die regelmatig stoppen, wij klikken ons vast aan de voet van de berg en doseren
onze inspanning om pas op de top terug voet aan de grond te zetten.
Zon en inspanning zorgen ervoor dat bij ieder het zweet van zijn kop dreef waarbij
meestal een verdwaalde druppel aan de neus bleef hangen. Ook bij de vrouwen,
wat mij doet toegeven dat er ook bij waren die mij in een fiks tempo voorbijsnelden.
Met een ietwat jaloerse blik in hun richting ontspruit spontaan het idee om
bij grote evenementen geen klassement “vrouwen” meer te voeren,
alleen nog “leeftijd”.
Wij met ons zevenen doen het anders uitstekend. Wachten op de top is voor de
snelste geen probleem door het prachtig konvooieerwerk van den Dré. Tegen
dat de eersten de top gaan bereiken, rijdt hij naar boven, ontkoppelt de aanhangwagen
en begint een pendeldienst tussen de top en de laatste om eventueel bijstand
te bieden.
Zo heeft hij vandaag één van de Denen met fiets en al mee naar
boven genomen en kreeg een afscheid met “ you saved my life”. We
zien ze trouwens niet meer terug, zij rijden richting Alpe d’ Huez.
Op de “Lautaret”, “Col” durven we dat vanuit deze richting
niet noemen, eten we wat en genieten grondig van de hoogtezon.
In Briançon zijn we gekazerneerd in Hotel de Paris, dit maal met lift.
Zonder dat één vraag wordt gesteld zijn er 6 helpende handen die
alle fietsen kuisen.
Dit is wat we hopen nog jaren te kunnen beleven.
*************
Donderdag 28/07/2005
Dag 5
Briançon à Barcelonnette
102 Km
Ogen opentrekken, diep nadenken, ha ja, we liggen aan de achterkant dus geen
straatlawaai. Niet voor allemaal want er waren kamers die uitgaven op een rangeerstation.
Weer een echt Frans ontbijt. Zoiets van kust mijn voeten. Plastic potje confiture
of honing, wat yoghurt en een homp brood waar ge je gehemelte op stuk kauwt.
Wat staat er op het programma? Col d’ Izoard (2360 m) en Col de Vars (2428
m), aankomen in Barcelonette.
Col d’ Izoard is een pracht exemplaar. Soms beestig stijl, laat je af
en toe op adem komen en eindigt nijdig.
De eersten zitten trouw op post om de volgers met camera en verrekijker te begluren.
Veel eisen hebben we niet. Na het fotootje gaat al snel richting Vars.
Col de Vars is vrij stijl in het begin. Geeft je een degelijke recuperatie mogelijkheid
en eindigt glooiend.
De heerlijkheid komt later want klimmen tussen de 35 en 41 °C wordt zwaar
labeur.
Met de ogen kaduuk en de blik op oneindig (probeer het maar eens) denk ik plots
aan zakjes poeder die ik van mijn (op die moment zeker) liefhebbende vrouw heb
meegekregen. Van op de fiets geef ik Paul en Dré instructies om hun apothekerskunsten
ten toon te spreiden en, ja hoor, het hydraterende spul werkt. Nicole en ik
komen er door. Nog 2 l Badoit op een leuk terrasje en we gaan weer verder.
Boven heeft vanwege het tijdsverschil ons ontvangstcomité zich uitgebreid
neergevleid en hun vochtverlies met liters bier gecompenseerd. Wij worden uitgenodigd
mee te doen en te genieten van maar weer eens een dosis hoogtezon.
In Barcelonette huizen we in het midden van het stadje. Een in verval zijnde
eigenares, zoals haar dito gebouw, zorgt voor de nodige ambiance.
We krijgen de keuze uit “eten” of “niet eten” en kozen
allemaal voor het eerste. Bij de traditionele kaasschotel kunnen we onszelf
bedienen. Later komt de vrouw des huize nog een stukje pikken. Veel is er niet
overgebleven.
Na het eten nog een avondtoertje en vergapen ons bij een spel pétanque.
We staan erop te kijken als koeien op de eerste trein. Zouden zij ook zo over
ons fietsen denken? Best mogelijk.
Onder fietsers wordt wel dikwijls “bonjour” uitgewisseld. Meestal
een verkrampte uitspraak van een niet fransman. Zo stak er mij ene voorbij en
weer met dat vreselijke accent “bonjour”. Ik repliceer dadelijk
“ha, Nederlander”, “Nein, ich bin Duitser” was het antwoord.
Ik heb mijn diepste verontschuldigingen aangeboden.
*************
Vrijdag 29/07/2005
Dag 6
Barcelonnette à Rimplas
97 Km
We nemen afscheid van het verloren slagschip en rijden terug richting Col de
la Bonnet, de verschrikking van de vakantie. “De Col” die de afscheiding
zal laten zien. De Goden of die ene althans wil ons bij de beklimming niets
in de weg leggen. Een ochtendzon die niet prikt en de top van Col de la Bonnet
net niet in de wolken. Bredero laten we even buiten beschouwing.
Even het geluid van zeven ratelslangen gevolgd door het zacht klakken van de
kettingen die een aangepast tandwiel zoeken voor de volgende uren. 24 Km klimmen
van 1220 m naar 2802 m in 1 trek.
Behoudens Paul die in het begin nog even pendelt tussen Nicole, Luc en mij,
rijden we vrij snel alleen in ons eigen tempo.
Wie heeft er de afgelopen dagen aan kracht en uithouding gewonnen? Wie heeft
er beter leren doseren? Wie is er al wat vermoeid?
Dirk G zag als eerste de top na 1 h 45’ of m.a.w. een klimsnelheid van
13,7 Km/h. De laatste zag de top 49’ later, na 2 h 34’ en had een
klimsnelheid van 9,4 Km/h. Dit lieve lezer werd bepaald op de oeroude manier
met een restant aan hersenen, tijdsopname en rekenmachine. Geen metertjes waar
men de wieldiameter kan aanpassen en zichzelf bedriegen. Wat ik gezien verschil
in sekse en leeftijd een mooi resultaat vind.
49 minuten kan ook een wereld van verschil maken. Boven op de Bonnet is er geen
leuk terrasje en de zon die aan de ene kant van de berg haar warmte aangenaam
had afgegeven kon het wolkendek aan de andere kant van de berg niet verdringen.
In tegendeel. De lage temperatuur en het gebrek aan een schuilplaats liet volgens
afspraak de eerste toe om dadelijk af te dalen. De laatste deden die afdaling
een uurtje later … in de regen.
Het eerste deel van de afdaling is indrukwekkend door de smalle wegen, grote
hoogte en diepe ravijnen. In een volgend stuk gebruiken we onze durf en behendigheid
om door wegen- en tunnelwerken te laveren. Het laatste stuk bochtrijk, onder
bomen in de regen vraagt gebruik van ons gezond verstand om geen risico’s
te nemen en was dus het vermoeiendste.
Aan de voet hergroeperen we en verstevigen de innerlijke mens in een te kleine
gelachzaal want regen is hier duidelijk niet iets van reguliere gewoonte. De
parasols en terrasstoelen staan er bedruipt bij. Het ontlokt bij Marc de diepzinnige
gedachte “als we hier nog een half uurtje wachten is het binnen een kwartiertje
droog”.
We zijn niet gedeprimeerd door een verfriste omgeving, ook niet door de nog
40 Km geleidelijk dalen die we voor de boeg hebben. We weten wel dat er ons
nog een deel van de beklimming van Col de St Martin, zo’n 11 Km, tot in
Rimplas te wachten staat.
Die beklimming, ons geluk kon niet blijven duren, eindigt rampzalig. De temperatuur
is gestegen tot een 35 °C en het tempo ligt hoog. We voeren een offensief
naar het voorlaatste hotel. Dré, die de aanhangwagen al had gaan afkoppelen,
komt met een bedrukt gezicht terug. Dirk G. blijft samen met Dré aan
een splitsing wachten op Paul en Nicole. De rest rijdt door naar Rimplas. Een
brugje onderdoor en daar is de hotellerie die ons verwacht. Er komt een dame
ons gemoedelijk maar gereserveerd begroeten.
Even later komt Nicole, Paul en Dirk aan. Wie zal het zeggen?
Paul slaat in paniek.
ER IS GEEN BIER IN HUIS!
Na de jacht op een schorpioentje in de kamer van Paul en Nicole en een heerlijk
bad gaan we op pad. Het mag gezegd wezen, de capaciteiten van de groep zijn
veelzijdig. We volgen de neus van Paul die ons brengt tot een kruidenier die
ook een terras heeft en een tap. Het alcoholgehalte wordt terug op pijl gebracht.
*************
Zaterdag 30/07/2005
Dag 7
Rimplas à Menton
90 Km
Wie het verschil niet kent tussen een hotel en een hotellerie: bij het eerste
“moet” alles bij het tweede “kan“ alles vooral als het
niet “moet”. De heer des huize die tevens de kok was, duidelijk
te zien aan een heel duur buikje, was gisteren komen aandraven net op tijd om
voor eten te zorgen. Na wat getelefoneer was zelfs het gerstenat geregeld tegen
etenstijd. Hadden we eventueel gevraagd om onze fiets mee in bed te nemen had
dat waarschijnlijk ook nog gekund. Als je kan leven met de franse slag is Rimplas
zeker aan te raden.
Onze laatste dag fietsen, zoals het hoort in uniform, begint met het restant
van de “Col de St Martin”. M.a.w. recht uit je bed en nog 1000 m
hoogteverschil overwinnen over 10 Km. Niemand twijfelt nog.
Hoewel het nog even spannend wordt als ik in volle afdaling van de St Martin
de schrik van elke fietser moet doorstaan. Snelheid rond de 50 Km/h, een scherpe
steen op de weg en “Psst –st-st-st-st “. Bewaar mijn koelbloedigheid
en breng mijn composiet ros (van een stalen ros is allang geen sprake meer)
tot stilstand zonder er zelf bij te gaan liggen. Even het vertrouwen herwinnen,
niemand merkt het. We moeten verder.
24 Km verder, “Col de Turini” doen we het nog eens, de voorlaatste,
1000 m hoogteverschil over 12 Km. Nu rijdt Nicole plat op 3 Km van de top. Misschien
minder gevaarlijk maar niet minder vervelend. Tempo totaal gebroken. De warmte
slaat toe, we zijn dicht bij de kust. Iedereen is mestnat. Hemdjes uit, drogen
in de zon. Broodje eten en liters vocht compenseren.
Nog 1 klein colletje, “Col de Castillion” 350 m hoogteverschil over
7 Km. Nicole voert de ploeg aan en met de spreekwoordelijke 2 vingers in de
neus rijdt ze tegen dik 11 Km/h naar boven.
Nog 12 Km veilig dalen en we zijn in Menton.
Weer dat fijn gevoel. “We hebben het gehaald”. Iedereen helemaal,
met volle inzet en zonder ongevallen.
Ons hotel, met airco op de kamers, op 150 m van het strand. Eten en drinken
onder een parasol, een Braziliaans muziekje. De zeebries, zacht en warm.
We zijn gelukkig.
Epiloog
Het was weer schitterend.
Dit jaar weer anders dan de voorgaande en zeker één van de zwaardere.
Voor je aan deze tocht begint moet je geoefend zijn.
Maar laat me beginnen met het belangrijkste. Seks heeft GEEN invloed op het
fietsen! Dirk Gebruers leidt en doet dat goed. Is fysisch in staat steeds het
initiatief te nemen en is gemotiveerd. Offert een deel van zijn vakantie met
Corry op om het parcours te verkennen. Als slaapmaat ontdek ik zelfs gentlemenallures.
Hij vindt niet dat ik snurk, ik adem zwaar.
Dré Van Loock zag af. Hij zag het af en vond dat het goed was. Maar ook
met pijn in het hart. Erbij horen op de fiets is toch net iets meer en dat hoopt
hij volgende keer terug te kunnen doen. Zijn uitermate grote fietservaring,
zijn natuurlijke kalmte, zijn administratiezin en oriëntatiezin maken van
hem een quasi perfecte begeleider. Dat wij hem van harte toewensen om een volgende
keer terug mee te doen, levert hem het probleem om een even goede begeleider
als zichzelf te vinden.
Marc Paelinckx vormt met Dirk Gebruers een mooi span waarbij hij meestal het
sluitstuk voor zijn rekening neemt. Maar dat hij voor ons zijn lief buiten gooit,
geeft schuldgevoelens. We willen eventueel bemiddelen hoor.
Fons Colliers is een crème van ne vent. Had voor ons zijn oven al vroeger
mogen afbreken. Dat hij elke col met de besten naar boven reed lag in de lijn
van de verwachting. Dat hij bij de avondstonden in alle bescheidenheid leuke
verhalen had en gevat uit de hoek kwam, waren dan weer eigenschappen die wij
nog niet kenden.
Luc De Winter is geen geval apart. Hij is gewoon terug zichzelf. Weet wat het
betekent erbij te horen en stelt zich dan ook altijd ten dienste van de groep.
Hij zet zich in en vecht voor zijn doelstelling meestal tot zijn eer en glorie
en mijn onderspit.
Nicole was grandioos. Vorige jaren reden we honderden kilometers in groep, nu
was het gezien het parcours een vrij individuele bedoening. Zij heeft dit met
grote onderscheiding gehaald en behoort bij ons, niet bij de vrouwengilde. Mocht
zij er ooit nog aan twijfelen moet ze gewoon aan deze week terugdenken.
En Paul heeft gedroeg zich als een goede echtgenoot. Zou hij oud worden? Nee,
niet fysisch want hij zwermde de ganse tijd rond Nicole en als zij dan zei:
“manneke, rij ni voor men wielen” kwam hij even tot bij Luc of mij
om een praatje te slaan (allé een monoloog, wij konden toch niet antwoorden)
en ging dan terug. Maar hij houdt nu duidelijk meer van een terrasje dan vroeger
en dat is ook vakantie.
En ik? Ik genoot.
Groetjes,
Dirk B.
*************
top
Pelgrimstocht
naar Compostela : 15 mei – 05 juni 2005
==================================
Proloog
5 mei : volgende week zijn we weg, de’n Hugo en ik , op de fiets, gepakt en gezakt, door Frankrijk, over de Pyreneeën naar Santiago de Compostela. Dit na jaren er over te praten, maar nu is alles toch in een stroomversnelling gekomen want 1) ik kan het regelen op het werk om 3 weken verlof te nemen, 2) met mijn slechte heup wil ik het niet meer te lang uitstellen . De voorbereidingen zijn afgerond : het parcours is uitgestippeld, de fiets is klaar, de conditie is na 1500 km dit jaar redelijk goed en we zijn beiden nog redelijk gezond. Dus vooruit met de geit. We kennen nog wel niet de exacte vertrekdatum, dit is afhankelijk van het weer : in de regen wil ik niet vertrekken. We moeten gemiddeld 100 km per dag fietsen, en we hebben nog geen enkele overnachting gereserveerd: we zijn dus zo vrij als een vogel, we moeten enkel op zondag 5 juni in Compostela zijn. Wat zijn de goede voornemens? Rustig fietsen, 100 km/dag, genieten van landschap onderweg, van de mensen en de natuur. Elke dag minstens 1 blz. schrijven in dit dagboek, elke dag minstens 10 foto’s trekken, me niet scheren(!), niet verkeerd rijden, natuurlijk geen ruzie maken met wie dan ook, het thuisfront op de hoogte houden, kaartjes sturen, goedkope logies zoeken, goed eten en drinken, enz. Ideeën genoeg, nu nog een weekske geduld en weg zijn wij !
![]() |
![]() |
Den Dirk |
Den Hugo |
12 mei : nog altijd thuis, want het weer zit niet mee, en vooral zaterdag voorspelt men veel regen, dus waarschijnlijk zullen we zondag vertrekken, ook al voorspelt men buien die dag, maar langer uitstellen zou alleen maar betekenen dat we serieus moeten doorfietsen elke dag. De’n Hugo wordt zowaar zenuwachtig, maar 110 km/dag moet toch gemakkelijk te doen zijn.En mijn slokdarm speelt ook op, volgens de dokter een ontsteking, dus siroop en pillen . Ondertussen heb ik al de eerste stempel in mijn geloofsbrief : een zenuwachtige en luidruchtige Lintse pastoor wenste me wel 10 keer succes. Als dat geen geruststelling is !
14 mei : zaterdag en regen, veel regen voorspeld voor vandaag, dus niet vertrokken, en wat blijkt nu : hier schijnt de zon en de temperatuur is aangenaam. Maar niet getreurd, morgen zijn we weg. Alles is ingepakt, we zijn er klaar voor. Vandaag toch nog nuttig besteed, want het eerste deel gekocht van “Langs oude wegen”, en tot mijn vreugde vastgesteld dat we nog ca. 330km kunnen gebruiken van de te volgen weg, vooral in de steden, van de bezienswaardigheden en de overnachtingsmogelijkheden. Deze 20 € zullen hun geld dubbel en dik waard zijn, dat weet ik nu al !
Dag 1 - 15 mei : Kontich – Maredsous : 130 km , 08.00 h – 15.30
h
Om 7.30 had Blanca, de vrouw van Hugo, een fantastisch ontbijt voor ons gemaakt : vers fruitsap, lekker spek, een excellent gekookt eitje, verse pistolets enz. Kwam daarbij de B-ploeg die ons speciaal kwam uitwuiven, en het regende niet : een perfect begin! Al gauw bleek evenwel dat de 18 kg bagage toch wat extra spierkracht zou vragen, dus de snelheid was zeer bescheiden: uiteindelijk hebben we 130 km gefietst tegen 20 km/h, en sneller kan absoluut niet.Een eerste, dure stop na 60 km, gevolgd door een tweede drankstop na 100 km in een echt volkscafé, met een overjaarse tiener als bazin, en zeer volkse maar vriendelijke mensen. Deze pauzes waren echt wel nodig om terug krachten op te doen dmv drinken en eten. Het bleef heel de dag bewolkt en fris, gelukkig gaf de wind ons meestal een duwtje in de rug. In Maredsous waren we om 15.30 h, te vroeg zo bleek, dus eerst nog een uurtje wachten, om dan te horen dat er geen plaats meer was !. Een vriendelijke zwarte pater ging echter nog eens kijken, en vond een uurtje later toch nog 2 kamers voor ons. Ondertussen hadden we al een gesprekspartner die ons deed beloven om morgenvroeg om 07.00 h naar de mis te gaan. Die “lauden” = ochtendmis betekent wel nog vroeger opstaan, dus de wekker wordt gezet. Een kamer alleen, op de lange donkere gang, met zware deuren met ijzeren sloten, het heeft wel iets. Tijdens de sobere avondmaaltijd ( boterhammen) bleek al hoeveel mensen interesse hadden voor onze trip. En we liggen vroeg in bed, zo rond 21 h.
Dag 2 - 16 mei : Maredsous - Warmeriville : 158 km , 07.30 h – 17.30 h
Een lange rit vandaag, in een prachtig weertje: eerst fris en zonnig, dan een beetje mist en daarna zon à volonté : tot 20°C en weg die lange broek en weg die windvest. De eerste 20 km vanmorgen waren in een betoverend Ardeense landschap, dwz zeer steile hellingen, maar genieten. Dan 50 km langs de Maas ( oa. Givet), vlak maar druk , maar er was geen alternatief. Na 60 km eerste stop, gevolgd door een zeer lange, steile klim : die bagage begon echt wel te wegen. En de’n Hugo zag nog meer af, zijn zadelpijn is amper te verdragen! Het landschap na die drukke baan was mooi en rustig golvend, met af en toe een dorpje, waar niets , maar dan ook niets open was : geen bakker, geen winkel , niets. De groene en gele velden ( koolzaad) waren wel mooi, maar wat beweging is toch ook wel plezant. De zon echter deed haar best en het resultaat waren licht verbrande armen en benen. Maar voor morgen is er geen gevaar: er wordt regen voorspeld. In elk geval we waren zeer blij dat we om 17.30 h een “Logis de France” gevonden hadden, die open is , én waar we kunnen eten, want reuzenhonger heb ik wel, na 2 dagen boterhammen. Toch speciaal waren de volkspelen in Hauteville, waarbij een soort “jeux de boules” gespeeld werd, diagonaal over de weg, zonder enige waarschuwing ( zie foto ).
Dag 3 - 17 mei : Warmeriville – Troyes : 162 km , 08.15 h – 17.00 h
Vrij goed geslapen, ondanks het gesnurk van Hugo, en ondanks de oordopjes! De rekening van 124€ betaald, met lekker eten, maar een pintje van 6 € vind ik wel pittig. Een zeer dreigende hemel, en wijle richting Champagnestreek, via een geïmproviseerde route, om het aantal km wat te drukken. Chalons-sur-Marne bereikten we reeds rond de middag, waar we een lekkere warme pannini verorberden. Nog steeds droog en met wind in de rug vertrokken, ons boekje leesklaar op het stuur, door een streek met vele, bijna verlaten dorpjes met maar enkele huisjes, maar steeds met een kerk. Maar vooral, bijna 65 km ZONDER één café, dus we moesten wel blijven fietsen. Een franse wielertoerist wou weten wat we allemaal van plan waren, en fietste 10 km met ons mee. En de zon verscheen zowaar terug op het toneel, weliswaar zeer bescheiden, maar toch. Aangekomen in Troyes, was het al behoorlijk fris, en de zoektocht naar een betaalbaar hotel nam toch wat tijd in beslag. Nadat we één gevonden hadden, moesten we wel met de fiets via de trap naar de 1ste verdieping, maar ze overnachten dan wel in “le salon Rimbaud”. En al 450 km gedaan. Het stuur van de’n Hugo z”n fiets stond helemaal los maar dat is nu geregeld.
Dag 4 - 18 mei : Troyes - Vezelay : 142 km , 08.00 h – 17.00 h
Zeer goed geslapen, ontbijt met teveel Duitse toeristen, rekening betaald en
het bericht dat dit de laatste goede dag van de week zou zijn ( in Troyes) :
laat ons hopen dat ze zich vergissen.
= 17.00 h = Juist aangekomen, hier in Vezelay, na een frisse tot koude dag,
wel met zon, in een prachtige streek met het betoverend mooi “Canal du
Nivernais”. Ook daarna alleen maar mooie dingen gezien : iets luxueuzere
dorpen, met veel overdekte wasplaatsen (niet meer gebruikt) in de buurt van
riviertjes natuurlijk. Na 42 km eerste stop in een grootwarenhuis en onze voorraad
( = orangina, stokbrood, kaas en bananen) ingedaan. De Chablis streek is wel
heuvelachtiger dan gisteren.
En nu zitten we bij de Zusters Franciscanen in Vezelay, voor 10€ elk, in
een slaapzaal ( = dortoir), en we hebben reeds kennisgemaakt met een bejaard
koppel, dat reeds voor het 4de opeenvolgende jaar naar Compostela stapte, in
stukken. Da’s nog eens straffe kost. = 20.20 h = Lekker gegeten in het
centrum van de stad, kaartjes gekocht maar nog geen postzegels. Ons bejaard
koppel slaapt al, terwijl buiten de zon nog schijnt. Ik geniet nog eens van
het prachtig uitzicht op de streek, maar we hebben zonet vastgesteld dat onze
tocht geen 2300 km zal zijn, maar ca. 2500 km, dus moeten we nog ca. 1840 km
doen, en tevens willen we absoluut een dag vroeger in Compostela arriveren,
om nog tijd genoeg te hebben om alles te regelen ( fietsen-vliegtuig-taxi),
dus 120 km/dag zal noodzakelijk zijn. Om 20.35 h ligt onze Hugo al in zijn bed,
hij zal een beetje moe zijn, denk ik. Onderweg 2 fietsende pelgrims uit Nederland
gezien ( de eerste!), die al veel regen en koude gehad hebben en die maar 60-70
km/dag doen.
Dag 5 - 19 mei : Vezelay – Valigny : 173 km , 06.15 h – 18.00 h
Snurkers op de dortoir maakten dat 1) ik slecht geslapen heb, 2) de slaapzak al kapot is en 3) dat we al om 6.15 h op de fiets zaten, maar de eerste 30 km naar Corbigny waren ZALIG : frisjes maar de zon kwam tevoorschijn aan de horizon, de vogels zongen een symfonie, alleen voor ons, rijm en nevel op de velden, een magnifique landschap en geen mens te bespeuren. Dit was onvergetelijk! Na het lekker ontbijt in een hotelletje in Corbigny fietsten we door een toch wel heuvelachtig landschap via Prémery en Nevers naar Sancoins, met de bekende aquaduct, maar dan gebeurde het ongewenste: een wegvergissing en 18 km in het rond gereden, met de wind pal op kop. Terug op het juiste pad dachten we nog vlug even 13 km te fietsen voor een hotel, doch in het dorp bleken de hotels gesloten, en oud en bouwvallig. Dus wijlie naar Augy s. Aubois, waar de “ferme” volzet bleek. Tenslotte, met wat hulp, een hotel gevonden in nog een dorp en 7 km verder, weg van het te volgen parcours. Maar we hadden iets, al was de GSM verbinding zeer moeilijk en het hotel heel eenvoudig. Toch een zeer aangename avond meegemaakt, want samen getafeld met een Nederlander, die de Compostela-reis te voet had gedaan in 2 jaren, en die nu samen met zijn vrouw de beste plaatsjes nog eens kwam bezoeken. We hebben zelfs email adressen uitgewisseld. Het avondmaal zelf was eenvoudig maar goed : crudités, angouilles( = darmen!) met aardappelpuree, kaas en een soort flan. Geen flauwekul en veel keuze , de bazin had ook een cafeetje en een winkel te runnen. Vandaag toch een lesje in nederigheid gekregen : de zonnestand lezen is niet eenvoudig, pal op de middag. Bij twijfel niet blijven doorrijden, maar de weg vragen, desnoods 5 keer, dat is de les die ik geleerd heb. Maar de conditie wordt beter, en de reis valt tot hiertoe zeer goed mee. De”n Hugo is een snelbinder kwijt = gestolen, zegt hij = slecht aangebracht en verloren, denk ik.
Dag 6 - 20 mei : Valigny - Eguzon : 129 km , 07.45 h – 17.00 h
Feit van de dag : het was warm, zomers warm en de laatste 2 uren zelfs drukkend warm, er hangt onweer in de lucht. En we hadden nog wind tegen ook vandaag. We zitten opnieuw een beetje van het parcours maar dat is omdat in dit dorp de meeste hotels zijn, en we wilden niet varen zoals gisteren. Het was weeral een mooie weg, maar toch met nijdige hellingen, en het wordt morgen nog erger, vrees ik. Zoals gewoonlijk ook vandaag ons middagmaal ( brood-banaan-sardienen) verorberd op een bank, een mooi kasteel gezien en onze eerste lekke band na 85 km in d e omgeving van Le Châtre. Ook de eerste richtingaanwijzers gezien richting Compostela : we zitten dus goed. In totaal al 898 km gedaan op 6 dagen : goed zot . Maar we hebben geen keuze, er moeten nog 1440 km gedaan worden, dus veel overschot hebben we niet. En onze beide achterwerken laten zich gevoelen, al ziet Hugo toch wel heel erg af. En de kaartjes zijn geschreven, nu nog op de bus doen. = 21.00 h = Echte luxe-pelgrims zijn we : 2 aparte kamers, een 5-gangen menu , wat gaat dit kosten ? Onderwerp van gesprek zijn klassiek : gaan we op tijd in Compostela geraken, hoeveel km moeten we per dag doen, zal ons budget groot genoeg zijn enz. Niet alleen het landschap ( oa in de buurt van Le Châtelet) is bij momenten adembenemend, ook het aantal dieren dat we zien, is groot : vele roofvogels, een haas en ontelbare kleinere, kleurrijke vogels. En ik heb al 32 foto”s getrokken!. Onderweg ook 2 Belgische pelgrims te voet gezien, maar in het algemeen nog zeer weinig bepakte mensen gezien.
Dag 7 - 21 mei : Eguzon – St-Leonard-de Noblat 105 km - 08.15 h –
15.45 h
Ontbijt slechts om 8 h, en buiten alleen maar donkere wolken te zien : dat belooft. Na de administratieve formaliteiten te hebben vervuld, vertrokken we om 8.15 h voor een korte rit, maar naar later zou blijken, een hele zware rit met vele lange beklimmingen (2-3 km). Mooi was het wel, maar we waren wel blij dat de zon vandaag niet van de partij was, alhoewel het niet koud was (17-20°C). Via mooie stadjes als La Souterraine en Bénévent l’Abbaye, die allebei op een heuvel lagen, arriveerden we in onze bestemming op 15.45 h . De’n Hugo had duidelijk zijn beste dag niet. Alle “chambres d’hôtes” en hotels bleken volzet te zijn ( Raymond Poulidor organiseert hier morgen een rit door de streek), dus wij naar het “Office de Tourism” voor assistentie. Die wezen op het bestaan van een nagelnieuwe “refuge” voor pelgrims, en hier zitten we nu dan ook, helemaal alleen, en dat zouden we graag zo houden. Nu nog een krantje kopen, eten en slapen. Conclusie na één week : 1003 km in 7 dagen, géén regen, geen ziektes of ongevallen, we leven van stokbrood-kaas-orangina en ’s avonds steak, en we hebben al vanalles meegemaakt. Alles dus volgens schema, en nog maar 2 korte discussies gehad onderling : dat valt mee. = 21.00 h = 2 pastis gedronken, en dan lekker gegeten in een “Logis de France”, aldaar in gesprek geraakt met een Ierse pelgrim, een telefoontje gepleegd met Eddy Trouillez, die benieuwd was naar onze toestand, en nu ga ik slapen. Het medisch dossier : Hugo z”n “gat” is nog altijd zeer gevoelig, mijn linkerhand heeft 2 gevoelloze vingers en duidelijk verminderde kracht. Als dat maar niet erger wordt. En morgen zou het nu echt gaan regenen : beloven, ja ! Wat ook wel grappig was: Hugo die met een Franse wieler”kenner” in het Duits een conversatie voert…
Dag 8 - 22 mei : St-Leonard-de Noblat -Turenne : 127 km , 07.15 h – 16.30
h
Alhoewel we in aparte kamers geslapen hebben, toch met oordopjes geslapen want de kerk luidde elk uur wel heel erg luid, en tot 2 maal toe .’s Morgens om 6.45 h ontbijt klaargemaakt in de refuge : vers brood-koffie-kaas. Knap, hé. En om 7.15 h vertrokken, met regenjasje aan, voor 127 km, want zwaarbewolkt weer en ja hoor, met regen gedurende de laatste 20 km, en nog zeer fris ook. Het parcours was zeer zwaar met beklimmingen van 3 en 6 km, met stijgingspercentages van 9 %, en dat is veel met 18 kg bagage ! Nu zitten we in Turenne, in een zeer luxueuze en ruime chambres d’hôtes, voor de 1ste maal trouwens . Maar wel verrassend mooi, voor 65 €, ontbijt inclusief. Onderweg nog een koppel fietsende pelgrims gezien, Nederlanders natuurlijk. En één keer de weg moeten vragen in een boerderij, zo vuil en wanordelijk dat hou je niet meer voor mogelijk in 2005. = 19.00h = Ondertussen gewassen, getelefoneerd en “gezouten pannenkoeken” gegeten en een pastis gedronken in Turenne, waar het ononderbroken regent en erg koud is. Ik ben al aan een andere planning aan het denken indien het morgen nog steeds regent. = 21.00h = Zeer lekker gegeten , met een overheerlijk aardbeiendessert.
Dag 9 23 mei : Turenne – Castelnau-Montratier : 138 km , 08.30 h – 18.45 h
Onze Hugo wordt 65 jaar vandaag, en zal dit nog lang herinneren. Na een sober Frans ontbijt in een grote zaal uit 1739 , vertrokken we onder een dreigende hemel en onmiddellijk kregen we een klim van 8 % voorgeschoteld. Dit zette de toon voor de loodzware rit, met ontelbare hellingen van 6-8 %, maar wel een prachtige natuur, zeker tot in Rocamadour, een prachtige stad tegen en in de rotsen gebouwd. En de zon was terug van de partij, weliswaar met een fris windje , maar het deed toch deugd. Rocamadour is prachtig, en Hugo is daar een prachtige stempel voor in ons “boekje” gaan versieren in het “Office de Tourism”. Daar zagen we opnieuw een Nederlands koppel met de fiets, en de tent natuurlijk. Het zijn toch duidelijk meer avonturiers dan Belgen, waarvan we er nog geen gezien hebben. Na Rocamadour volgde enkele stevige klimmetjes richting Cahors, toch wel een drukke, stinkende en ongezellige stad. Vlug een foto getrokken en vlug naar Castelnau, waar 2 hotels en een “chambres d’hôtes” waren. Maar wat bleek : één van die hotels bestond niet meer, het andere was volzet, en een derde hotel op 10 km afstand was ook volzet. De’n Hugo werd zowaar rade- en moedeloos, maar met de laatste krachten geraakten we 6 km verder toch bij die “chambres d’hôtes”. Waar veel auto’s stonden en… de bazin niet thuis was. Na veel getelefoneer werd deze toch bereikt, en tot onze zeer grote vreugde was er plaats voor ons. Eten echter konden we er niet…. = 22.00h = Wat erom 18.00 h zo slecht uitzag, groeide uit tot een onvergetelijke avond : de bazin leende ons spontaan haar VW Passat om 6 km verder in het dorp te gaan eten. Dat was zeer lekker : salade, tournedos en lekkere taart. Bij onze terugkomst vroeg de bazin om hulp : of wij haar nieuwe kippen+haan in het kippenhok konden zetten ( ze was bang voor vossen die daar vrij talrijk zijn ), wat we uiteraard met brio en de nodige schwung deden! Ondertussen blijkt heel Kontich met ons mee te leven, via de WTCRG website en de inzet van mijn schattig vrouwtje. De ritten zijn zwaar, maar de avonden zijn een hele belevenis. Tof! Alleen de soms late ontbijten passen niet zo in onze plannen, maar ja.
Dag 10 - 24 mei : Castelnau-Montratier-Biran : 125 km , 08.30 h – 17.30
h
Nog 300 km en we zitten in Spanje, het weer belooft vandaag zonnig te worden
en 20-25°C.
Toch nog zitten denken aan gisteren : hoe bang ik was dat er geen plaats zou
zijn vanwege de vele auto’s op de parking en de vele mensen die er rondliepen
( het blijken familieleden van de bazin te zijn). Maar de inrichting van ons
verblijf was wel zeer knap en speciaal : de badkamer was gewoon door een muur,
maar geen deur gescheiden van de slaapkamer. Het ontbijt mocht dan wel laat
zijn, het was zeer uitgebreid en lekker : Mme. Lelourec ( sinds 8 jaar weduwe,
sinds 4 jaar “chambres d’hôtes”, en helemaal niet bang
alleen ) had er haar werk van gemaakt. Terug op weg waren de eerste 30 km naar
Moissac vlak voor de verandering. Helaas gevolgd door een heuvelachtig, Toscaans
en dus zeer mooi landschap, doch met vele nijdige hellingen. En het werd warm,
zeer warm, te warm tot 30°C. En de rit was weer lang, 125 km of 8,5 uurtjes
fietsen, waarbij telkens opvalt dat de laatste 20 km mentaal zeer moeilijk zijn.
Aangekomen op onze bestemming, Biran, dadelijk de weg gevraagd aan de eerste
de beste persoon , en die vrouw bleek toch wel de dochter te zijn van de dhr
en mevr. Bruno, onze volgende gastheren. De dochter reed dan ook met plezier
voor met de auto naar de boerderij, waar we 2 kamers kregen . We werden vergast
op een zeer enthousiast onthaal met bier, muntwater en vele koekjes. Nadien
vlug een wasje gedaan, getelefoneerd en dan vlug douchen, want we moesten terug
de fiets op om 6 km verder te kunnen gaan eten. = 21.15 = Dat tochtje van 6
km viel flink tegen, want een flinke beklimming zat erin. Het eten zelf was
maar gewoontjes, de prijs ook, maar wat opviel was de TV die keihard stond te
spelen ( het zou ons nog veel overkomen, zowel in Frankrijk als in Spanje ).
En nu ga ik slapen. Toch nog vertellen dat we rond neergelaten slagbomen gereden
zijn ( foei!) en dat we weer 3 fietsende Nederlanders gezien en gesproken hebben
onderweg : ook zij hadden al veel meer slecht weer gehad dan wij.
Dag 11 - 25 mei : Biran - Lescar : 112 km , 07.50 h – 15.30 h
Na een goed ontbijt, een fotosessie met het allervriendelijkste echtpaar Bruno, vertrokken we om 7.50 h voor een heuvelachtige rit in te warm weer. Al direct een valpartij, zij het niet erg : bij een poging tot kort draaien vergat ik mijn klikpedalen en lap, met mijn façade in de keien. Een geschaafde neus was de enige averij. De hellingen werden steiler en/of gemener, de hitte bijna ondraaglijk. Voor de middag was het nog te doen en “avanceerden” we nog goed. Na ons gebruikelijk middagmaal ( stokbrood,Babybel, banaan en orangina) reden we voort met aan onze linkerzijde steeds de besneeuwde toppen van de Pyreneeën in zicht : machtig! Maar warm dat het was, en opnieuw zeer weinig cafés en/of winkels te bespeuren op het parcours.”De oude wegen” brengt ons soms langs te rustige wegen. Onderweg toch verschillende stappende pelgrims gezien. Na 112 km kwamen we aan in Lescar, stopten prompt bij het eerste café dat we zagen, doch dit bleek geen echt café te zijn, maar een clublokaal van biljarters. Ze waren echter zeer vriendelijk en boden ons, bij een goed babbeltje, gratis water met cassis aan. Of een whisky, maar daar bedankten we vriendelijk voor! Daarna hop naar het toeristenbureau om te informeren naar de refuge, waar we nu, opnieuw helemaal alleen zitten. Het bevindt zich onder een politiebureau en het bevat tralies voor de ramen. Onze fantasie direct op hol ( gevangenis etc), maar naar later bleek gewoon een verplichting aldaar voor elk huis onder het straatniveau. = 19.00 h = Nog altijd erg warm, even naar het stadje geweest voor inkopen voor morgen, een lekkere pizza gaan eten, een babbeltje gedaan met de verantwoordelijke voor de refuge, en we maken ons alweer klaar voor het slapengaan, want morgen willen we extra vroeg opstaan vanwege de hitte, maar deze keer gaan we zelf voor ons ontbijt zorgen.
Dag 12 - 26 mei : Lescar-St-Jean-Pied-de-Port : 105 km , 07.15 h – 14.30 h.
Gisteren heb ik om 20 h de gordijnen toe getrokken en ook mijn “blaffeturen” vielen al snel dicht. Ondanks dit vroege uur hebben we ons toch overslapen : we wilden om 06 h opstaan om de hitte zoveel mogelijk te vermijden, maar werden slechts wakker om 06.45 h ! We zullen dat toch wel een beetje moe zijn. Terug op de fiets waren de 2 eerste uren mistig, wat goed uitkwam want het was alweer klimmen geblazen. Heerlijk rustig tot in Oloron, alwaar we onze dagelijkse inkopen deden. Nadien in een heerlijke omgeving enkel koeien op de weg tegen gekomen, die alleen(!) naar de wei stapten, en een oude franse wielertoerist, die onder andere Stanneke Ockers nog goed herinnerde. Na ons middagmaal kwam de echte hoofdschotel van de dag : een echt col “Col d’Osquiche”, 5 km lang, 3 km aan 7,5 % en dit onder een loodzware zon. We zijn wel bovengeraakt, maar niet echt snel. Daarna nog de klassieke moeilijke laatste 20 km , en rond 14.30 h waren we in St-Jean-Pied-de-Port. De laatste 30 km zijn wel 30 stappende pelgrims tegen gekomen, telkens in groepjes van 2 of 3. We gingen eerst naar het Office du Tourism, die ons verwees, niet al te vriendelijk, naar een straatje alwaar de pelgrims terecht konden. We het eerste het best huis binnen wat op een refuge leek en wat bleek : dit was een privé-initiatief van een Nederlands koppel, waar 18 personen terecht konden en waar wij de laatste 2 vrije plaatsen te pakken hadden gekregen. We slapen in een kamer met 8 personen, en terwijl ik dit schrijf, zit ik op een lommerrijk terras, en dat is nodig want bloedheet, samen met een Nederlands meisje met haar rotweiler ( dus afstand houden was aangeraden!), Franse en Belgische stappers en een Canadese jonge gast : kortom tof!. De eigenaars en de helpers zijn zo vol van pelgrims : ze wonen hier 6 maanden, en verdienen hier niets, en de andere 6 maanden zijn ze in Nederland om de kost te verdienen. == 3 uurtjes later == Nog altijd niet in het dorp geweest, een biertje gedronken en 2 glaasjes water met muntsiroop ( goed voor de dorst!), een wasje gedaan, en nu ga ik op mijn bedje liggen, een beetje rusten, zoals de’n Hugo. Vanavond kunnen we ter plaatse eten ( inclusief aperitief) , morgen krijgen we een knapzak mee : totale kostprijs voor dit alles : 25 € wat me spotgoedkoop lijkt. En dat terras, dat is geweldig , zo uit de zon.. We zijn echt “met ons gat in de boter gevallen”. Nieuw medisch rapport : onder mijn neus koortsblaren (van de zon of koorts ) die maken dat ik me niet kan scheren ( spijtig!), nog altijd die 2 “slapende-verdoofde” vingers aan mijn linkerhand, een hand die duidelijk minder kracht heeft. Dit alles afkomstig van een probleempje aan de pols, denk ik. Ook nog blaren op mijn lippen, en af en toe een beetje kniepijn. Hugo zijn achterwerk is al wat beter, denk ik, sinds hij nieuwe zalf heeft gekocht in Cahors. Kortom : alles is goed!. Na 12 dagen, ca 1000 € uitgegeven, wat redelijk weinig is, me dunkt. En in Spanje doen we enkel refugio’s, dus het kan nog beter . == 21 h == Klaar om te gaan slapen, maar het is nog altijd warm buiten, en er is nog veel lawaai. Heel lekker gegeten : aperitief, overheerlijke kerriesoep, gekookte aardappelen met veel groenten en een lekkere taart, afgerond met muntthee. Aan tafel was de animator van dienst een luidruchtige gepensioneerde Nederlandse politieagent. Ondertussen arriveert nog volk, onder andere een Noors koppel.
Dag 13 - 27 mei : St-Jean-Pied-de-Port – Puenta-la-Reina : 105 km , 07.10 h – 14.15 h.
Om 6h opgestaan, nadat ‘s nachts onze Noorse vriend een heel Scandinavisch woud heeft doorgezaagd, een fantastisch ontbijt gekregen van Huberta & Arno, de eigenaars. Met een, naar later bleek, uitstekende knapzak in de bagage, begonnen we meteen aan de “Roelandspas”, richting Roncesvalles : 27 km lang, van 165m hoogte naar 1057 m en enkele straffe stukken erbij. Vanaf het vertrek was het al warm, en er stond een fikse tegenwind. Het was al goed dat de weg grotendeels verscholen lag tussen de bomen, zodat de schaduw het een beetje draaglijker maakte. We zijn tijdens de klim samen gebleven ( ik heb een aantal keer gewacht op mijn gezel) en rond 10.00 h waren we boven. Vervolgens namen we een variante van het parcours : we hadden geen zin om door het centrum van Pamplona te rijden. Deze nieuwe weg bleek een schot in de roos te zijn : 20 km licht dalende weg, zo konden we nog eens snelheid maken, wat al lang geleden was. De laatste 30 km, na onze picknick aan de kant van de baan, waren saai, heel druk qua verkeer en warm, heel warm. We waren al gewaarschuwd, maar de refugio in Puenta-la-Reina ( = Albergue de peregrinos) doet aan massatoerisme denken : minstens 10 dormitorio’s ( = slaapzalen), elk met ca 20 bedden. Onze zaal zit al vol met Duitsers en Hollanders, maar we hebben een bed, en we kunnen rusten. En ik ben al een biertje gaan drinken in de stad, een café waar tegelijk 2 tv”s ( met verschillende zenders op) en een radio, keihard speelden : wat een kakafonie was dat. ==20h == Volledig klaar om morgen de stormloop naar de wc’s en lavabo’s aan te vatten : met 100 man naar 3 toiletten, allemaal rond 6 h want alleman vroeg weg. Ik heb dus de wekker gezet om 5.30 h!! We hebben al onze inkopen gedaan, een foto van de bekende brug genomen, en een pelgrimsmenu voor 8,30€ verorberd : het was zelfs zeer goed , en dat voor die prijs. Boven ons slapen 2 Oostenrijkers, die met de fiets gestart zijn NA de Pyreneeën, nog niet gehoord. Ze verschoten dan ook toen we vertelden dat we het ergste verwachten voor morgenvroeg. Ook nog een leuke conversatie gehad met een Schot : hij heeft 6 weken voorzien om te voet van de Pyreneeën naar Santiago te stappen. En Hugo die is weer bezig aan zijn dagelijks uurtje “sms-en”. Nog 7 dagen : ik begin mijn vrouwtje stilletjes aan te missen…
Dag 14 - 28 mei : Puenta-la-Reina –Santo Domingo de la Calzada : 127 km , 06 h – 15.30 h.
==10 h == Logroño : we eten onze lunch op( stokbrood,sardienen en smeerkaas), want we zijn al vertrokken bij schemerlicht vanmorgen en we hebben al 68 km gefietst. ’s Nachts zoals verwacht hard gesnurk en scheten à volonté, deuren die open en dicht klapten, en vanaf 5h volop inpakken en geritsel in “dormitorio nueve”. ’t Was dan ook nog half donker toen ik na 3 km al de’n Hugo kwijt was in een piepklein dorpje. Hij was doodleuk blijven doorrijden toen hij mij niet meer zag, wat ik niet echt apprecieerde. Maar we hebben elkaar dan toch terug gevonden. Om 7.30h ontbijt in Estella, enkele km verder gevolgd door een slok wijn, recht uit de muur van een wijnfabriek dat (te) dicht bij een zeer mooi klooster staat. Dan door de heuvelachtige Rioja streek gereden. Voor de eerste keer, maar niet voor de laatste keer, zien we ook veel windmolens om energie op te wekken, we zijn dan ook in het land van Don Quichote. Lekker zonnetje, veel pelgrims gezien onderweg, zelfs 2 uit het Antwerpse, ( nu in Spanje is het overal “buen camino”, en niet meer “faire le chemin de St-Jacques” ) en schaapherders. == 16h == Logroño uitrijden via het voetgangerspad was mooi maar niet comfortabel, want veel te veel schokken en putten. Na nog even verkeerd gereden te zijn ( overal is men autostrades aan het aanleggen, en bestaande wegen aan het heraanleggen), en na nog veel pelgrims gezien te hebben onderweg ( één koppel noemde ons zelfs “krachtpatsers”, en wijle fier…), zijn we na 127 km beland in Santo Domingo de la Calzada, en logeren, voor één keer, in het poepchique hotel “The paradores”, op aanraden van Paul Dupont. Vlug een douche en een wasje, en dan gaan we op zoek naar de kip en de haan ( zie achteraan in bijlage 1), en inkopen doen. == 20h == Zo gezegd, zo gedaan : inkopen gedaan, wat fruit gegeten, een biertje gedronken, naar de kip en de haan gaan kijken in de kerk ( hij kraaide zowaar!), en nog wat rusten voor het avondmaal. Hugo is ook al een stempel gaan halen in de plaatselijke refugio, ook al slapen we er niet : dit is toch een beetje vals spelen. Hij heeft ook al een middagdutje van zo’n 20 minuten bijeen gesnurkt, maar dat is niet waar, zegt hij nogal eens achteraf. De pizza was goed, het ijsje uit de “refugio-muur” ook , alles staat klaar voor morgen, de route is gekend : klimmen tot 1000m hoogte, een keer of 3, en in totaal 105-115 km. De voorbereidingen,de planning van de ritten en het vinden van eten onderweg zijn mijn verantwoordelijkheden, alsook het vinden van de slaapplaats. Hugo is de technische man en fietshersteller , maar dat valt mee : nog maar 1 lekke band tot nu toe.
Dag 15 - 29 mei : Santo Domingo de la Calzada - Villanueva : 112 km , 07.45
h – 15 h.
‘s Morgens, na een goede nachtrust, even « peregrino de lujo »
geweest : een ontbijt om « u » tegen te zeggen : vers fruitsap,
tortilla, spek, vers fruit, toast, yoghurt, “jamón” en nog
veel meer. Met een buikje vol en een lege portemonnee vertrokken voor dag 15.
Het was zwaarbewolkt, en dra volgden enkele druppels, maar gelukkig bleef het
daarbij, voorlopig toch. Met de windvest en de lange broek, zoals meestal, maakten
we goed tempo, ook al stegen we zachtjes van 640 m hoogte tot tegen de 1000
m. Hier en daar zagen – staken we voorbij- enkele fietsende pelgrims (
de stappers hadden een andere route te volgen), in een mooie, groene streek
vol met heuvels. We maakten ook tijd voor een actiefoto, en na ca 70 km kochten
we brood en drank, dat we traditioneel op een bank verorberden, vandaag naast
een wel drukke N120 weg. Na de lunch terug de fiets op begon het te regenen,
voor het eerst deze reis, maar wel voor de rest van de rit, 40 km verder. Eerst
was het nog lichte regen, de laatste 5 km werden de sluizen wel helemaal open
gezet daarboven. Ondanks regen reden we verder naar Burgos, vriendelijk geassisteerd
door 2 Spaanse wielertoeristen, wier Frans even beperkt was als mijn Spaans.
En toch hebben we 15 minuten gebabbeld!. Even vlug de “bonita catedral”
binnengeweest, want regen en een processie nodigden niet uit tot een langer
verblijf, dan nog vlug een stempel in de lokale refugio gaan halen, om tenslotte
via een merkwaardig rustige N120, in de regen, te fietsen tot Villanueva.
En nu logeren we in een “baanrestaurant” in een piepklein kamertje,
voor 36 € als ik het goed verstaan heb. Er stonden wel 20 vrachtwagens
toen we hier arriveerden. Maar onze kledij kan drogen, we kunnen rusten, eten
en slapen. Ondertussen eens nagedacht hoe ik de fietsvrienden duidelijk kan
maken hoe zwaar dit avontuur is, en het beste dat ik kon bedenken : elke dag
de kleine Luik-Bastenaken-Luik rijden, dit is 130 km met vele lange beklimmingen.
En is dit iets voor de wielerclub om te doen ? Jazeker, maar alleen als ze zelf
de bagage op de fiets meenemen, want dat geeft een ongelooflijke vrijheid, en
soms wat problemen. Ondertussen al 130 foto’s getrokken, bijna 2000 km
gefietst en nog 530 km te doen in 5 dagen :dat moet te doen zijn. Ivm ons middagmaal
een kleine wijziging : geen orangina meer ( niet te vinden in Spanje), maar
“kas”-limonade in de drinkbus: even lekker toch! ==21.30h== In het
dorp was niets te zien, dus was het lang wachten tot 20.30 h vooraleer we mochten/konden
eten. Ondertussen gelezen ( Spaanse krant), TV gekeken, eens naar de fietsen
gekeken en iets gedronken. In het restaurant de meest onvriendelijke ober ooit
gehad : hij ratelde 6 voor- en hoofdgerechten af ( géén kaart),
in het Spaans natuurlijk, Hugo die kwaad werd in het Nederlands, maar allé,
het eten was toch lekker en op een halfuurtje was alles opgegeten.
Dag 16 - 30 mei : Villanueva –Sahagun : 112 km , 07.15 h – 14.15
h.
= 15h = Om 6.30h op, ontbijt om 7 h, maar dat was slechts een miniontbijt : 2 fijne sneetjes brood met wat confituur, ruim onvoldoende voor fietsers, dus nog een 2de ontbijt gevraagd, en gekregen met wat gefrons van de wenkbrauwen. Totale kost in ons wegrestaurant was dan weer een meevaller : 63 € voor avondeten, slapen en 4 maal ontbijt. Om 7.30h, onder een zwaarbewolkte hemel ( voelde ik niet een paar druppels?) vertrokken en dadelijk een klim van 4 km voor de wielen, maar gelukkig gaf een forse wind ons een duwtje in de rug. En die wind zou ons gans de dag helpen op deze Spaanse hoogvlakte, wat een echt genot was. Na 40 km, in een oud Romeins ( en versleten en oud zag het er nog uit ook!) stadje een 20 minuutjes gezocht naar brood, en afgaande op de reuk een echte “panaderia” gevonden, maar ééntje recht uit de 19de eeuw, dat had Fons Colliers moeten zien. Maar we hadden een brood, recht uit de oven, voor 75 cent. Het klinkt eentonig, maar het landschap was weer mooi, met opnieuw windmolens aan de horizon, en met veel voetgangers op onze weg : een Australische dame alleen onderweg, fietsers ook wel, en na 70 km in Villalcazar de Sirga ( mooie kerk trouwens ), een hostal binnengestapt voor een “bocadillo con queso y dos café con leche”. Na een halfuurtje verder getrokken, en de zon verscheen aan de hemel, het werd een beetje warmer, en de wind hielp ons nog altijd een mooi tempo te onderhouden. Onderweg veel stappers gezien, daar hun pad heel de dag parallel liep met de route voor de fietsers : “ola” en de “buen camino” heb ik wel 100 keer gezegd vandaag. Aldus om 14.15 h aangekomen in Sahagun, waar de plaatselijke “albergue”, een gerenoveerde kerk, gesloten is tot…. 16.30 h. Dit wordt problematisch, daar bijna alle bedden benomen zijn, en eenieder die aankomt, zonder inschrijven, een bed beneemt. Dus wordt onze strategie: één neemt een douche, de ander wacht tot de receptie opengaat, maar ik heb er weinig hoop op. == 16 h == ik zit al heel de tijd te wachten op de receptie, de’n Hugo is in slaap gevallen denk ik. ==16.45h == Na 2 h wachten heb ik ons dan toch kunnen inschrijven op de correcte manier, al goed dat ik toch een goed gesprek heb gehad tijdens het wachten met een Bretoense wandelaar. Toch tof om gelijkgestemde mensen te ontmoeten : eerlijk, redelijk, gemoedelijk. Nu nog een foto nemen en dan inkopen doen.==18.30h == Al een beetje meer gemoedsrust , want al enkele toffe gesprekken gehad met vooral Nederlandse pelgrims, en een wandeling gemaakt door de stad met mijn fietsvriend, en zelfs al een wasje (opnieuw!) gedaan : mijn fietssokken stonken een uur in de wind. En ik begin de slaaplocatie zelfs charmant te vinden : samen met ca 70 mannen en vrouwen in één zaal, met daarin nog douches, wc’s en een keukentje, waar men trouwens lekker aan ’t koken is ( neen, ik mocht niet mee eten van een Duits koppel ). Maar wat gaat dit vannacht geven ? Zal ik dan zo enthousiast blijven ? ==21 h == Lekkere pelgrimsmenu gegeten ( “sopa de cocido, carne guisada y helado”) : de prijs/kwaliteit is zeer goed. En ik lig al in mijn bed, maar met pijn, want de ladder die mij op het stapelbed moest brengen is net onderuit geschoven, terwijl ik erop stond! Een lelijke valpartij tot gevolg, waarbij ik met volle gewicht op de ijzeren ladder gevallen ben, en een zeer pijnlijk achterwerk heb nu. Reden van dit alles, is waarschijnlijk het nonchalant (verkeerd?) opstellen van de ladder, maar dat kan me niet troosten op dit ogenblik. Hopelijk kan ik morgen nog fietsen….
Dag 17 - 31 mei : Sahagun – Astorga : 128 km , 06.30 h – 15.30 h.
Ondanks een pijnlijk achterwerk, toch redelijk geslapen want merkwaardig rustig
in de zaal. Maar natuurlijk om 5 h begon het geritsel van inpakkende en vertrekkende
wandelaars. We waren op de baan om 6.30 h, bij lichtbewolkt weer maar “berenkoud”
en zonder ontbijt. Na 2 uren al heel veel wandelaars gezien , en na 36 km vonden
we eindelijk een bar waar we koffie en koeken konden krijgen : het verwarmde
ons en smaakte enorm goed, ook al vond ik de koeken wat suikerig. Dan richting
Leon, langs een andere route om het drukke verkeer wat te mijden, en dan gedurende
een hele tijd weinig mensen gezien: lange, rechte, eenzame straten, met af en
toe een dorpje, met typisch een ooievaarsnest op de kerk. Toch een beetje saai.
Leon zelf was een stad, dus druk , maar wel met prachtige gebouwen. Hugo reed
er voor de 2de keer lek. Na 90 km , lunch in een “meson”, met “bocadillo”
en cola op een binnenpleintje. Na nog 2 lekke banden van de Hugo, arriveerden
we na 128 km in Astorga, een stadje met een mooie kathedraal en een prachtig
gebouw van Gaudi. In dit oud bisschoppelijk paleis was nu een “Museo de
los caminos”, dat ik bezocht heb , en het was prachtig : fantastische
glasramen, veel bogen binnen en heel veel kruisbeelden, boeken en kaarten over
de Camino. Mooi en sfeervol, tot ze daar toch wel een bus Nederlandse toeristen
binnengooiden zeker, met het nodige lawaai. Weg die serene sfeer. We slapen
in de “albergue municipal”, een lelijk gebouw, maar “who cares”
. Nog 290 km verwijderd van Santiago, dus het einde is in zicht.
== 20.30h == Weeral in mijn bed, we hebben nog wat gewinkeld, een niet zo lekkere
pelgrimsmenu gegeten, en vooral oninteressant gezelschap in het restaurant :
een oudere Belgische dame uit Diest, die vertrokken was in Leon (?) en die morgen
zomaar eventjes 5 km ging stappen ! En 2 arrogante Nederlandse pelgrims, die
me al na 2 minuten tegen de borst stootten. En nu…. Oogjes dicht.
Dag 18 - 1 juni : Astorga – Triacastella : 137 km , 06.30 h – 17.00
h.
=18h= Lange, zware bergrit achter de wielen, maar wel prachtige dag. Het begon
al uitstekend : wakker worden met Gregoriaanse muziek is heerlijk! Om 6.30h
vertrokken na een redelijke nachtrust, maar met 15 minuten vertraging, want
Hugo had net zijn 4de lekke band vanmorgen. In elk geval, de beklimming naar
de “Cruz de Ferro”, met zijn 1500m hoogte het dak van onze pelgrimstocht,
volgde al onmiddellijk, en het was volop genieten , zalig, een kippenvelmoment
: prachtige natuur met groene hellingen, niet al te steile beklimming, aangenaam
frisse temperaturen maar wel volop zon. Voeg daarbij een overheerlijk ontbijt
halverwege de klim : 2 spiegeleitjes met gebakken ham, toast en koffie, gevolgd
door een zalig, rustig verder klimmen naar de top : die waren 3 uurtjes om nooit
te vergeten. Op de top gekomen, de obligate foto, en dan een snelle, toffe afdaling
met vele snelle bochten en geen verkeer : dat is echt iets voor de’n Dré.
Voor deze uurtjes wil ik graag nog eens afzien. Daarna via Ponferrada ( mooie
burcht, drukke en onaangename stad) en na ons middagmaal op een bank op een
dorpspleintje te Cacabelos, richting de volgende col : Cebreiro was niet alleen
langer, ook veel steiler en vooral, het was middag en veel warmer. Het was zweten
en zwoegen geblazen. Na deze lastige tot zeer lastige 15 km bereikten we de
top, met de bedoeling aldaar in de refugio te slapen, doch we moesten wachten
tot 20 h vooraleer uitsluitsel te krijgen of we plaats hadden of niet. En zo
lang wachten zonder garantie, dat was geen optie. In privé huizen vroegen
ze liefst 43 € per persoon voor het slapen alleen, dus verder fietsen leek
ons het beste idee. Na nog enkele steile stukjes, en een lange, plezante afdaling,
zitten we nu in Tracastella, 137 km verder. En de’n Hugo, de sukkelaar,
heeft weer een lekke band (zijn 5de), die hij nu aan het herstellen is.
Deze albergue is ook “municipal” en niet zo’n mooi gebouw,
maar voor 7 € en comfortabel ingericht, en met een zeer vriendelijke, vrouwelijke,
Spaans ratelende “conserje” hoor je mij helemaal niet klagen : een
bed, een douche, onze fietsen in de garage, en sympathiek volk ( een Canadese,
en veel Duitsers, vooral vrouwen) dus : “wat heeft een mens nog meer nodig?”.
== 20.15h == Weeral een zeer goede pelgrimsmenu gegeten voor 8 € (“ensalada
mixta – bisceta ternera-helado-cerveza”). In onze “habitacion”
ook 2 stappers uit West-Vlaanderen, die beweerden al veel fietsende pelgrims
gezien te hebben onderweg ( zie statistieken achteraan). Nog vroeg, en warm
buiten, maar toch al begonnen met de voorbereidingen voor de nacht ( zakken
klaarzetten voor morgen, tandenpoetsen, lenzen uitdoen, oordopjes (!) indoen,
pyjama aandoen en in slaapzak kruipen ).
Dag 19 - 2 juni : Triacastella - Arzua : 102 km , 07.20 h – 14.30 h.
Nadat we 20 minuutjes hebben moeten wachten op de “conserje” –
ze geraakte niet uit haar bed- om de garage open te maken voor onze fietsen,
vertrokken we opnieuw onder een stralend blauwe hemel, maar het was wel erg
fris. Dus windvest,lange broek en handschoenen waren verplichte kledij en er
wachtte ons opnieuw een erg heuvelachtig parcours : constant op en neer, met
op de heuvels zon en prachtig zicht op weien in de nevel en valleien in de wolken,
en mistig en koud in de valleien . Na een sober maar lekker ontbijt in Sarria
, reden we langs het stuwmeer van Portomarin ( volledig dorp in meer, mooiste
gebouwen afgebroken en weer opgebouwd naast het meer ). Beklimmingen van 5 km
en 12 km waren ons deel ( hoogteverschil van 370 m), met veel fietsers te voet,
en ook opvallend veel voetgangers zonder of met heel weinig bagage : de truk
met volgauto’s is nogal populair als men Santiago nadert . Maar door het
vele gezelschap onderweg, de zon en de vele begroetingen van medepelgrims, samen
met de prachtige natuur, maakten het toch weer een zeer mooie dag .
’s Middags onze lunch op de bank, bijna een traditie geworden, in Palas
del Rei deze keer. Na de lunch een stukje drukke baan, om dan de laatste 15
km weer door een stukje paradijs te fietsen, zo mooi en zo zwaar ( tot 10% stijging
en +65 km/h in de afdalingen). Om 14.30 h in Arzúa aangekomen, mochten
we weer niet onmiddellijk binnen in de plaatselijke “albergue”,
dus wij naar een privé-albergue net buiten het centrum, waar we nu moederziel
alleen zitten, wat goed is voor de rust, maar toch een beetje eenzaam. Na de
klassieke rituelen ( douche –wasje – dagboek invullen), gaan we
nu op zoek naar inkopen en een restaurant. = 20.30h= Wat gelezen ( El Pais),
wat rondgefietst, wat gegeten ( perzik & ijsje), nog een complimentje gekregen
van de winkeldame voor mijn Spaans, en om 19 h gegeten (soep,spaghetti en ijsje)
en bediend door een mooie Spaanse, is het tijd voor de nachtrust, nog steeds
helemaal alleen. Hopelijk geen gesnurk van de enige slaapgenoot!
Dag 20 - 3 juni : Arzua-Santiago : 53 km , 06.50 h – 10.30 h.
==13h == Na een vrij goede nacht, opgestaan rond 6.30 h en vertrokken voor
7h. Bewolkt weer, ideaal voor de laatste 55 km, moeilijke km , met steile hellingen
en snelle afdalingen, in een magnifique omgeving, groen, veel bos, de zon die
opkomt, een beetje nevel rond de bomen : een waardige afsluiter van een prachtige
trip. Voeg daarbij een zeer lekker ontbijt, met brood recht uit de oven, en
lekker jamón, en u begrijpt dat ik weer in volle euforie was.
Rond half elf stonden we voor de kathedraal in Santiago de Compostela, we namen
een foto, een Nederlandse pelgrim gesproken, en dan ons “Compostelaat”
gaan afhalen. De anderhalf uren aanschuiven namen we er met plezier bij, ondertussen
een babbeltje slaande met een Engelse pelgrim. Je ziet : het is één
grote familie, je bent nooit alleen als pelgrim. Ons “diploma” werd
uitgereikt door een allercharmantste Spaanse, een plan van de stad gekregen
en hop, naar het “seminario menor” voor een slaapplaats voor de
laatste 2 nachten. Dit bleek een majestueus gebouw, met immens grote slaapzalen,
met allemaal bedjes op een rij : het heeft iets van oude Engelse ziekenhuizen.
En het begon toch wel te druppelen toen we de stad inreden, zeker. Maar niet
echt lang. Ondertussen al een douche genomen, de fietskleren definitief ingepakt(!),
en zo dadelijk de stad in om het inpakken en het transport van de fietsen naar
de luchthaven te regelen, en een beetje toerist te spelen.==21.30h== Heel rustig
namiddag, heel stil, heel lekkere “bocadillo” gegeten “s middags,
de toch niet zo mooie want vuile kathedraal bezocht. Een beetje gezond op het
grote plein voor de kathedraal, een beetje niets gedaan. Onze fietsen en vervoer
naar de luchthaven is geregeld, morgen worden ze binnen gebracht. ’s Avonds
was het eten zeer pover, het pintje op het terras daarvoor was wel zeer lekker
! Heel veel jeugdig leven in deze stad, ook op dit late uur .
Dag 21 - 4 juni : Santiago de Compostela
Stralend blauwe hemel, en fris, en vrij goed geslapen : 2 maal wakker geweest door één luidruchtige snurker ( niet Hugo deze keer ), dan mogen we niet klagen. Rond 7.30 h opgestaan voor een lekker ontbijt in een koffiebar, waar ik spijtig genoeg geen foto mocht trekken. Daarna onze fietsen afgeleverd voor het inpakken, en het museum van de kathedraal bezocht ( met korting voor pelgrims) , het was zeer de moeite. En dan op de middag naar de “misa del peregrino” geweest : een spektakel met veel muziek ( geleid door een zeer mooi zingende zuster) , met de verwelkoming voor alle pelgrims (“bienvenidos a dos ciclistas de Belgica” dat was voor ons! ), en natuurlijk met het immens grote wierookvat dat rond geslingerd werd in de kerk. Ook al duurde de mis (in het Spaans) meer dan één uur, ik heb me echt niet verveeld. Nu is het middag en genieten we weer van de overheerlijke bocadillo , zoals gisteren. Straks nog naar het “museo del peregrino” en een panoramische foto van de kathedraal trekken, plus een kleine siësta, en de dag is weeral voorbij.
Dag 22 - 5 juni : Santiago de Compostela – Kontich
De dag van de terugreis, altijd een beetje triest want het zeer geslaagde avontuur
is voorbij, maar toch wel een beetje blij want ik zie mijn gezin terug na toch
wel soms lange 3 weken. Vroeg opgestaan (voor 6 h), Hugo die spijtig genoeg
zijn bril vergeet in de slaapzaal terwijl we niet meer in het gebouw kunnen
, en de taxi = eigenaar fietswinkel die op tijd waren. Het inpakken en transport
kostten uiteindelijk maar 50 € ( ik heb wel 10 € drinkgeld gegeven),
en we hebben niets moeten bijbetalen voor het transport op beide vluchten. Tijdens
de 3 uren wachten op de luchthaven van Madrid, al enkele telefoontjes gepleegd
om te proberen de vergeten bril te recupereren ( al de goede persoon te pakken
gekregen, nu nog de bril), en vooral veel gelezen ( Spaanse kranten). Goed op
tijd geland in Brussel, wel een tijdje moeten wachten op onze fietsen, die uiteindelijk
niet via de transportband kwamen, maar ergens in het hoekje geplaatst waren.
Hugo zijn kleinkinderen stonden hem op te wachten met spandoeken, een emotioneel
moment, vooral voor Blanca had ik de indruk. Dan terug thuis heeft Blanca in
Kontich nog voor een fantastische verwelkoming gezorgd, met champagne, hapjes
en belegde broodjes. Ook een 15 tal vrienden waren aanwezig, en echt waar, het
doet plezier om zo ontvangen te worden. Het is prettig om de tofste verhalen
al te kunnen vertellen, het doet deugd om te zien dat zoveel mensen met je meeleven
en de moeite doen om je te zien bij je thuiskomst . Eenieder die daar aanwezig
was, en speciaal Blanca wil ik hiervoor hartelijk bedanken, dit was tof !
Epiloog
Enkele cijfers eerst : 2480 km was de totale lengte van de tocht, we hebben
130 km/dag gefietst. Al een beetje teruggekeken op de reis en welke momenten
komen terug : het magnifique parcours, met vooral de eerste 2 ochtenduren vanuit
Vezelay en de fantastische ochtendklim naar “Cruz de Ferro” , de
overnachtingen : in de abdij van Maredsous, de 1ste gite of refuge in Vezelay,
de lege gites in St-Leonard en Lersac, de fantastische namiddag en avond in
St-Jean-Pied-de Port, de refugio in de oude kerk in Sahagun, het lekkere ontbijt
in de Paradores in Santo Domingo, de Gregoriaanse muziek bij het ontwaken in
Astorga, het verblijf bij de vriendelijke weduwe met haar kippen in Castelnau,
de eenvoudige en zeer vriendelijke boeren in Biran. Ook op het netvlies gebrand
: Hugo die in gebarentaal vraagt aan een Spanjaard of je kan eten in een bar
en verontwaardigd/ontgoocheld reageert als deze brave man iets vraagt in het
Spaans. Ik ben trots dat alles zo vlot verlopen is : de weg zoeken ( slechts
2 keer verkeerd gereden) , overnachtingplaatsen vinden, mijn plan trekken in
het Frans en het Spaans. Verder alle lof voor Hugo, die ondanks zitvlakpijnen,
en met een soms niet zo gemakkelijke metgezel, toch op 65 jarige leeftijd ,
130 km/dag fietst met 18 kg bagage, op een zeer heuvelachtig parcours, met soms
zeer steile beklimmingen. Het was een schitterend avontuur, met een prachtig
parcours, heel goed weer ( slechts 2 maal 2 uurtjes regen), mooie belevenissen
, geen ongelukken of ziektes onderweg, geen echte mechanische problemen : het
was beter dan verwacht. Het was enorm tof en deed veel plezier dat er zoveel
belangstelling voor onze reis was van familie en vrienden , en ik wens mijn
vrouwtje Erna en Dirk Gebruers speciaal te bedanken voor al wat zij gedaan hebben
zodat iedereen onze belevenissen kon volgen. Aan eenieder die deze reis, of
een stuk ervan, ook graag zou doen , heb ik maar één raad : DOEN
! Wel zelf bagage op de fiets meenemen : dit geeft je zo’n vrijheid om
tijdens de tocht de ritten te herschikken indien nodig, en dit verplicht je
ook om zelf overnachting te zoeken, wat voor onverwachte, soms moeilijke , maar
ook boeiende en leuke momenten zorgt. Probeer ook zoveel mogelijk het pelgrimsaspect
te ervaren, door zoveel mogelijk in refuges, kloosters, abdijen, refugio’s
en of albergues te gaan slapen, want de sfeer is daar zo positief en warm, dat
dit toch een enorme meerwaarde aan onze reis gegeven heeft. Het maakt de reis
bovendien een beetje goedkoper.
En voorzie misschien een paar dagen meer voor de volledige tocht : 130 km/dag
lijkt ons toch de bovengrens van het haalbare, zeker als je er mee rekening
houdt dat we uitzonderlijk goed weer gehad hebben, en geen enkel oponthoud omwille
van technische problemen, ziekte of ongevallen.
Van vrijdag 13 augustus 2004
tot zondag 22 augustus 2004
Proloog
Na Rome, Lourdes en Alpe D’Huez werdt dit onze 4de vakantie-editie met
de fiets. De zelfde verslaggevers van altijd, Dirk VDB en Dirk B, verklaren
over hun volle geestesvermogen te beschikken … je weet maar nooit.
Het zou een moeilijke tocht worden. Vertrekken op vrijdag de 13de, je moet maar
durven.
Rene Amorgaste (begeleider), Chris Baeten, Dirk Bosmans, Luc De Winter, Bert
Du Mont, Dirk Gebruers, Paul Huygelen, Andre Leysen, Marcel Mees, Nicole Mertens,
Marc Palinckx, Ludo Tuyteleers, Dirk Van Den Bergh, Andre Van Loock, Staf Vercammen,
de 15 die de uitdaging aannemen.
| Deelnemers: | |||||
Amorgaste Rene (Begeleider) |
![]() |
Baeten Kris |
![]() |
Bosmans Dirk |
![]() |
De Winter Luc |
![]() |
Du Mont Bert |
![]() |
Gebruers Dirk |
![]() |
Huygelen Paul |
![]() |
Leysen Andre |
![]() |
Marcel Mees |
![]() |
Mertens Nicole |
![]() |
Paelinckx Marc |
![]() |
Tuyteleers Ludo |
![]() |
Van Den Bergh Dirk |
![]() |
Van Loock Andre |
Vercammen Staf |
Omdat deze proloog nadien is geschreven pakken we maar ineens uit met de nauwkeurig opgemaakte rittentabel van Paul:
Datum Ritten Afstand Hoogteverschil klimmen
13/aug/2004 Kontich - Houffalise 191 km 1760 m 42 km
14/aug/2004 Houffalise - St. Avold (Fr.) 183 km 2145 m 44 km
15/aug/2004 St. Avold - Kintzheim (Fr.) 154 km 1930 m 37 km
16/aug/2004 Kintzheim - Schaffhausen (Zw.) 168 km 2335 m 38 km
17/aug/2004 Schaffhausen - Schröcken (Oost.) 187 km 1645 m 38 km
18/aug/2004 Schröcken - Prad am Silfersjoch (It.) 148 km 1935 m 30,5 km
19/aug/2004 Prad am Stilfersjoch - Bolzano (It.) 136 km 2070 m 23,3 km of 200
km 4645 m 87,9 km
20/aug/2004 Bolzano - Pedraces (It.) 99 km 3000 m 29 km
Totalen 1.266 km 16.820 m 281,8 km
Hoe groter de bende hoe meer diversiteit. Het prestatieverschil werd opgevangen
door bij momenten het inlassen van een keuze uit meerdere parcours. Zo kon men
de 7de dag bvb kiezen om gewoon zot te zijn door de Stelvio op te rijden of
om goed zot te zijn en er nog 2 loodzware cols bij te doen.
Met de verwachtingen is het anders. “Ronde rijden” is anders dan
“dagritten rijden”. De organisatorische kunst is één
groep te blijven met één doel en één gemeen interessepunt.
De Fiets.
Als donderslag bij heldere hemel komen we daags voor het vertrek te weten dat
Ludo zich de eerste dagen zal laten vervangen door zijn broer Frans wegens een
plots opgelopen aandoening. De fietsmicrobe is erfelijk in het geslacht Tuyteleers.
Enfin, er komen nog donderslagen.
Dag 1: vrijdag 13/8/2004
Kontich ? Houffalise ? 191 Km
Weer: Rot
Op vrijdag de 13de om 08.00h zijn we present voor de obligate groepsfoto en
worden zoals steeds bewonderd door de echte fans. Wat ongeruste blikken richting
hemel maar ja, alles was gereserveerd, behoudens het weer.
Onder zware bewolking en extra begeleiding van Hugo, Berre en Paul vertrokken
we richting Houffalise. Bij de eerste hellingen rond het Leuvense, ingebouwd
om de stramme spieren in te werken, was het nog droog. Na de middagstop met
lekkere pistolets van onze zorgzame vrouwtjes, een vermelding ter beveiliging
van ons proviand in de toekomst, vertrokken we met een flauw zonnetje voor de
laatste 85 km.
Ons geluk bleef niet duren, aan km 160 had “de 13de “ er genoeg
van en zette voor de eerste keer de sluizen open. De wolkbreuk werd met ongekende
creativiteit bestreden of m.a.w. met onze staart tussen de benen zochten we
naar schuilplaatsen waar ze te vinden waren. Onder bomen, onder een afdak, in
een telefooncel, onder een barbecuetent, alles werd gretig benut … en
toch, allemaal nat! Na een 15-tal minuten was het ergste leed geleden en dus
op voor de laatste 30 km.
Met het eind in ‘t vizier, op slechts een 6 km van onze bestemming, begon
het opnieuw. Nu, met enige nuance, een heuse zondvloed. Een melige brei van
water en zand stroomde van de berg en vormde een dikke brei op het asfalt. Centimeters
diep zakten de fietsen in de smurrie, dit terwijl de regen zodanig neer gutste
dat je relativeringsvermogen dermate verhoogd werd “dat het je allemaal
niet meer kan schelen”. Apocalyptische toestanden. Even een gedachteflitsje:
“als er nu ene onderuitgaat …” spijtig voor de sensatiegieren
maar het is niet gebeurd. We zijn nu eenmaal knappe fietsers.
Het kan nog net even erger als Paul plat rijdt. Schuilen had geen zin meer en
dus onnodig te zeggen dat iedereen strontnat op de bestemming aankwam.
We gaan de geneugten van een douche niet beschrijven, voor de meeste ligt er
een andere vent in de kamer en we willen geen verkeerde indruk geven, maar neem
het aan dat gewoon heet water over je lijf laten stromen een ongelooflijk deugdelijke
genot kan verschaffen. Onze kleren worden te drogen gehangen (wat wonderwel
goed lukte omdat de C.M. de enige instelling is die weet dat men nooit de c.v.
mag afzetten).
Maar dan, om kippenvlees van te krijgen, moest volgens de kenners de fietsen
gekuist worden.
Na het avondmaal en een kort afzakkertje lekker het bed in, want de spieren
en gewrichten hadden zwaar te lijden gehad. En hoopvol dromen van een droge
dag morgen….
Dag 2: zaterdag 14/8/2004
Houffalise ? St Avold ? 183 Km
Weer: opnieuw rot
Dromen zijn bedrog, alweer een volksspreuk die bevestiging krijgt. Als je niet
weet wat onze weermannen (vrouwen) bedoelen met “in de voormiddag regen,
en in de namiddag buien”, dan kunnen wij u nu met zekerheid stellen: er
is geen verschil. Als ze het dan al eens over “wolkbreuk” hebben,
doen ze dat als het al gebeurd is.
Behoudens de wolkbreuk was het vandaag niet anders. We stonden op met de regen
en hebben hem tot een stuk in de namiddag in al zijn kenmerken kunnen beleven!
Hugo Van de Poel die ons naar Houffalise had vergezeld is op zijn eentje terug
vertrokken richting Kontich, …in de regen.
Houffalise - St Avoid is een prachtige rit … als de zon schijnt. Zo een
die we na onze tocht zouden beschrijven als zacht heuvelend, maar zo ver zijn
we nog niet. Voorlopig stellen we ons tevreden met in ‘droogheid’
te eindigen. Alleen al het feit dat iedereen ’s avonds, spontaan en zonder
morren, zijn fiets heeft gekuist wijst op de noodzaak en maakt verdere beschrijvingen
zinloos.
Dat kuisen heeft anders meer inpakt dan gedacht. Het vehikel van Dirk VDB staat
zo te glimmen dat we dachten dat hij een nieuwe was gaan kopen. Maar nee hoor,
wie goed luistert, hoort zijn fiets na acht jaar gewoon “dank u”
zeggen. Het kan ook een doortrapte vorm van doping zijn. In ieder geval is het
prestatievermogen van VDB vanaf de derde dag aanzienlijk beter.
We nemen afscheid van Frans die zijn broer gedurende 2 dagen heeft vervangen,
en verwelkomen Ludo die ons morgen gezwind over 2 passen van ± 1.000
m zal vergezellen. Er zijn nu eenmaal nog krakken in deze wereld.
Een nacht doorbrengen in een schuif onder het bed in een kamer van 2 x 3 zagen
we ook al niet zitten. Gelukkig waren we net vroeg genoeg om een accommodatie-uitbreiding
te versieren. Maar dat zal iedereen worst wezen. Wat valt er nu te vertellen
over een dag regen?
We hebben dringend behoefte aan zon!
Dag 3: zondag 15/8/2004
St Avold ? Kintzheim ? 154 Km
Weer: Mist, nadien vrij veel zon. Temp rond 26 graden
Zelden hebben we een groep wielertoeristen zo stil geweten bij het ontwaken.
Vlug naar buiten gekeken, en ja hoor, mist! Geen regen of wolken, gewoon mist.
Na een lekker ontbijt, vertrokken we rond 8.30 h. Eerst nog kil, maar na een
uurtje brak de zon door. We konden voor de eerste keer echt genieten van het
prachtige landschap. Het fototoestel werd boven gehaald. Sommigen reden versneld
op hellingen voor een foto, of voor een plasje, enfin gekende taferelen, die
de eerste 2 dagen ontbraken. En er werd veel meer “geklapt” in de
groep, dus de sfeer zat er duidelijk terug in.
Met De Vogezen en 2 echte cols, konden de klimmers hun de spieren eens laten
werken. De eerste, col de Donon, was een ”beauty”. 20 Km aan 3 à
4% en ideaal om te roderen.
De zon deed haar werk en eindelijk konden de regenjasjes en overschoenen weggeborgen
worden.
De 2de, col de Charboniére, was een echte opwarming voor de Dolomieten.
7 km aan een 8% was heel wat zwaarder, behalve voor Dré Van Loock die
herhaalde keren ons demoraliseerde met “ik ga wat groter schakelen, dat
gaat wat beter…”. Hij klom als een 30 jaar jongere! Dat hij aan
het ontbijt het grootste arsenaal aan pillen slikt doet niets ter zake.
De beloning van deze toch moeilijke dag: met een lekkere frisse pint op het
terras … onder de zon!
Na een lekkere maaltijd ’s avonds, hoewel enige verwarring heerste of
de opgediende schotel al dan niet het voorgerecht was (het was het niet!), zoals
gewoonlijk op tijd naar bed.
Dag 4: maandag 16/8/2004
Kintzheim ? Schaffhausen ? 168 Km
Weer: in de voormiddag zonnig, na de middag onweer, regen en nog eens regen
Om 08.00 h stonden we al klaar voor een zware dag.
De ochtend was prachtig. Fietsen bij een deugddoend zonnetje door het glooiende
groene landschap, met op de hellingen de vele wijngaarden van de Elzas, het
was genieten. We werden zelfs 10 minuten gefilmd door een cameraman met professioneel
materiaal in een open sportwagen. Sommige waanden zich zelfs heel even prof
in een echte Ronde van Frankrijk … als rechtstreeks op TV.
Na de eerste maaltijdstop juist voorbij Freibourg, stonden we dadelijk met beide
voeten terug op de grond. Een col van 15 km lang met stukken van 12%, en de
lucht werd zwart. Er was onweer op komst. En alweer eentje om in te lijsten.
Donder en bliksem boven op een berg op 1.240 m zijn net iets indrukwekkender
dan thuis, en de regen valt nog overvloediger! Eén groepje ging schuilen
in een hotel en zag de anderen rustig, nou ja rustig, door het onweer naar beneden
fietsen. Met enkele gsm interventies was de groep net op tijd terug compleet
voor de volgende col, de Feldberg op 1.230 m hoogte. Eenmaal boven begon het,
na een droog intermezzo van toch wel 30 minuten, terug te regenen. Het was al
15.30 h en we moesten nog 70 km doen. Toch nog even de inwendige mens versterkt,
om dan de lange afdaling naar Schaffhausen aan te vatten.
Was het nu onze charme of ons belabberd uitzicht, maar toen we de weg vroegen
aan een lieftallige dame werden we prompt geëscorteerd naar onze jeugdherberg.
Ja, ja, deze oude rakkers logeren nog in een jeugdherberg.
Al aan tafel een belevenis, waarvoor we bijna te laat waren, want stipt op 18.30
h werden de noedels met vlees en groenten geserveerd. Een bende overjaarse wielertoeristen
in hun pamperpakje en een kwelende horde 10 jarigen die de andere tafels bevolken
zorgen voor de nodige heu, … ambiance.
We slapen in zalen van 6 en 8 man. De schrijvers delen een hokje wat nauwelijks
bewegingsruimte geeft. Louter preventief zal VDB straks oordoppen insteken.
Eerst nog het thuisfront geruststellen en dan één of meerdere
frisse pintjes, want die hebben we vandaag wel verdiend.
Dag 5: dinsdag 17/8/2004
Schaffhausen ? Schröcken ? 187 Km
Weer: zwaarbewolkt met af en toe motregen, het laatste halfuur zon
Wat een beetje zon toch doet. Deze euforische schrijver heeft het nodige vocht
tot zich genomen en zit in het zonnetje te midden in een adembenemend berglandschap.
Maar is het de zon of het vocht die voor de extase zorgt?
De dag was nochtans niet schitterend begonnen, we werden wakker met opnieuw…regen.
De jeugdherberg was een positieve ervaring voor onze portemonnee. Het eten was
zeer goed en de slaapaccommodatie meer dan behoorlijk. Bovendien was de nachtrust
uitstekend, de geruchten over het slaapgedrag van Dirk B ten spijt!
We vertrokken dus met de regenjasjes aan naar de mooie “Reinfalls”
in Schaffhausen en dan richting Schröcken voor een vrij lange rit in Zwitserland,
Duitsland en Oostenrijk
Na een 50 km namen we de overzetboot, want de Bodensee is niet zomaar een plasje.
Tijdens de bootrit een lekker koffietje gedronken, het blijft tenslotte vakantie!
De René waren we al kwijt, wat ons toeliet om te genieten van het uitgebreide
fietspadennet van Zwitserland. Maar zoals steeds komt alles weer in goede banen
en na onze middagstop, met een zeer onvriendelijke dienster die bijna onze chauffeur
zijn soepje vergat, vlogen we er terug in, voor de laatste 100 km en opnieuw
… regendruppels.
Door het zeer drukke verkeer aan de Bodensee waren we de auto alweer kwijt.
Het landschap in Oostenrijk was bij momenten adembenemend. Toch waren we er
niet helemaal gerust in. Ons hotel lag ergens op een heuse bergpas, maar hoe
hoog, en hoe lang klimmen?
Toen de zon verscheen verdwenen vermoeidheid en kniekwaaltjes vrij vlug en iedereen
zette zich nog eens schrap voor de slotklim die behoorlijk zwaar was. In de
zon kan een mens al eens wat meer. Zo zagen we voor het hotel zelfs een echt
spurtje (met Nicole als trotse winnares).
De “aprés-fiets” is toch zoveel plezanter in de zon. Iedereen
is klaar voor de dag van morgen, en dat belooft, want het vervolg van de Hochtannbergpass
zal zonder opwarming zijn !!!
Het hotel was voortreffelijk met een gezellig hoekje waar je op je eigen vrouw
verliefd kan worden.
Dag 6: woensdag 18/08/2004
Schröcken ? Prad am Stilfersjoch ? 148 Km
Weer: Eerst regenachtig nadien mooi tot zeer mooi.
Niet gemakkelijk zomaar recht uit je bed beginnen te klimmen. Dus besteden
we eerst al onze aandacht aan een grondig ontbijt. Maar noodzaak dwingt en omstreeks
8.30 h zetten we de beklimming van de Hochtannbergpass verder. En voor wie mocht
twijfelen, we hadden al vrij vlug onze regenjasjes aan.
Staf offert zich op om met René de nodige proviand op te slaan, ’s
avonds vinden we hem terug in het hotel. Het is trouwens niet de goede richting
voor de Staf, vandaag dalen we meer dan dat we klimmen. Tot wat dient dan deze
rit?
De Hochtannbergpass wordt met gemak (?) genomen en we dalen hooguit 340 m om
dan de tweede top te bereiken. Geen 2 zonder 3 dus deden we er nog ééntje
bij zodat we tegen 11.30 h al 3 keer boven de 1600 meter hadden vertoefd.
Waar bij lange klims het tijdsverschil al eens kan oplopen, kan dit dankzij
tunnelwerken worden weggewerkt. In een van de halfopen tunnels waren reinigingswerken
bezig en werden we samen met moto’s en auto’s gedurende een 10 tal
minuten opgehouden. Tijd genoeg om nog eens het fototoestel boven te halen.
Maar na klimmen komt dalen en dat gebeurt bij momenten lang en stijl. Vandaag
worden snelheidsrecords gebroken! En naar mate de dag vorderde, steeg ook de
snelheid in de verhalen. Een cijfer van rond de 80 km/h is wel te vermelden,
hoewel de beste vertellers eens eerst hun metertje moeten ijken.
Bij het dalen is alle aandacht op de weg gericht. De laatste klim gebeurt in
een lekker zonnetje. We komen voor een deel van de groep stilaan in vertrouwde
vakantie omgeving.
Paul en Dirk B zoeken een fietswinkel op om enkele fietsongemakken op te lossen,
we staan immers met onze neus voor “De Stelvio” en arriveren iets
later in het hotel.
De vermoeidheid begint toch toe te slaan, de meeste waren meer geïnteresseerd
in de douche dan in een pint. We waren verdeeld over 2 locaties en deelden met
meer eenzelfde kamer.
Wat ons erg ongemakkelijk maakte was het feit dat de moeder des huize daags
voordien onverwacht was overleden. Toch bleef de familie en personeel al hun
gasten voortreffelijk dienen. Dit was professionalisme ten top.
De helft onder ons zonderden zich af in de stamkroeg van de Paul en Nicole en
sloten daar de boel. De anderen kropen in bed uit schrik voor wat morgen op
agenda stond of omdat het morgen hun koninginnenrit zou worden. Behalve Dirk
G., hij sloot mee de kroeg én reed zijn koninginnenrit.
Dag 7: donderdag 19/08/2004
Prad am Stilfersjoch ? Bolzano ? 136 km
Weer: Mooi lekker zonnetje.
Na weer eens een deugddoende nachtrust vertrokken we voor wat als koninginnenrit
gepland was. De meeste kiezen ervoor de Stelvio op te rijden, terug af te dalen
aan dezelfde kant, en dan naar Bolzano te fietsen, een rit van 136 km. Twee
vroege vogels (Dré Leysen en Chris B) waren al gaan vliegen toen wij
gingen ontbijten, voor een tocht van 198 km over de Stelvio met o.a. ook nog
de Gavia.
De rest vertrok iets na achten, héél voorzichtig want 25 km klimmen
naar 2.757 m hoogte, is klimmen met verstand, op reserve. Maar ook met een oog
voor de prachtige natuur. Aanvankelijk in het sappige groen en hoger in het
stoere grijs grauwe gesteente, dit gekruid met een film van bewegende bewolking
maakte dit alles tot een van de prachtigste beklimmingen die we ooit gedaan
hebben. Het was zwaar met steile rechte stukken maar onderbroken door enkele
feeërieke bergdorpjes en door maar liefst 48 haarspeldbochten! En waren
ze er dan nog geen vergeten te nummeren?
Hoewel tijdens het klimmen nergens het gevoel ontstond dat er druk verkeer was,
vonden we op de top toch wel een aardig volkje bijeen. De motards blijven de
indrukwekkendste, vooral in omvang. Wij, met een lekker vettige braadworst in
de hand, genieten we nog van het mooie landschap. Geen gezeur, na deze inspanning
verantwoordbaar. Nadien doken we voorzichtig terug naar de vallei nu genietend
van onze juist geleverde prestatie en het landschap waarvoor we daarvoor geen
oog konden hebben.
De vroege vogel Chris, getuigt dan toch van verstand te hebben en is blijven
wachten tot wij er waren. Dré Leysen die de monstertocht alleen had verder
gezet kreeg wel Dirk G op de hielen. Dirk die met ons de beklimming was begonnen
besloot boven ook nog aan die moorddadige tocht te beginnen.
Ons wachtten nog 85 km tot Bolzano, onze eindbestemming van deze dag. De soms
drukke weg lag tussen duizenden hectaren fruitvelden van appelen en peren. Gelukkig
vinden we bij toeval een prachtig fietspad naar Merano vlak naast een rivier
dat ons voor 25 km behoedt van het drukke verkeer. Goed dat het vooral dalen
was, want de Stelvio en de hitte (jawel, we hebben de zon ook eens gezien) begonnen
stilaan door te wegen.
In Bolzano was het even zoeken naar het “Kolpinghaus”. Niet zonder
verbazing zagen we eerst Dirk G verschijnen en kort daarna Dré Leysen.
Rekeninghoudend met het tijdsverschil hebben die twee titanen ook hun slag geleverd,
voila.
Chris bewijst zijn kennis van de streek en trakteert op een terras met “gelato”
zoals alleen de Italianen dat kennen. Een discrete avondwandeling naar de Dom
en het plaatselijke fontein wordt gevolgd door een lekker pintje bij zalig warm
zomerweer. Maar je kunt het geloven of niet we besluiten deze onvergetelijke
dag dicht bij elkaar onder het tentzeil om te schuilen voor … de regen.
Dag 8: Vrijdag 20/08/2004
Bolzano ? Pedraces ? 99 km
Weer: Eerst vrij mooi en warm, nadien op grotere hoogte kil en regen.
We vertrokken voor een korte etappe, een hele korte, nauwelijks 100 Km. Toen
we de ritten opmaakte, het mag duidelijk gesteld worden dat we dit jaar alles
zelf uitstippelden, was voorzien om vroeg aan te komen. Zij die er maar niet
genoeg van kregen zouden dan nog enkele passen (hier “een pas”,
in Frankrijk “een col”) kunnen bijnemen.
Wij als doorgetrapte wielertoeristen kunnen beter nadien een titel toekennen.
Voor minstens de helft van de groep was dit de koninginnenrit!
We waren amper 5 km ver of er dook een onaangekondigde helling op die ons van
ca. 300 m hoogte naar 1.300 m hoogte zou brengen. Met 10 km was ze niet alleen
vrij lang, maar bij momenten zeer steil tot 14%. Vertrekkend uit het dal verwacht
je een volwassen heuvel over te rijden, maar in feite koppelt je de ene berg
aan de andere en hebt daarbij regelmatig het gevoel van “haha, licht,
we zijn aan de top”. Neem daarbij een “koerscorrectie” en
na meer dan 2,5 h fietsen hadden we slechts 17 km van het traject afgelegd!
Er lagen nog 3 serieuze hellingen voor de wielen!
Wij dus in vliegende vaart naar beneden om de Passo di Costalunga te beklimmen
die, zijn naam zegt het al, ook niet van de kortste was. Maar het weer was nog
goed en eens terug samen wordt afgesproken om in het dal te gaan eten. Beneden
in de vallei aangekomen was een geschikte eetplaats vinden niet zo simpel. We
hadden geen proviand meer opgeslagen en waren afhankelijk van de plaatselijke
horeca. Voor 15 man plaats vinden is niet altijd eenvoudig. Dat zorgde wel voor
wrevel, maar zodra de Pizzeria dan toch gevonden was, en de magen gevuld met
pizza, pasta of soep was ook dat weer geregeld. We zijn de middag al ruim voorbij
en de optimisten hadden eigenlijk gehoopt rond die tijd of iets later, op onze
eindbestemming aan te komen.
Er wachtte ons de laatste 40 km over nog 2 passen: “Passo di Sella”,
gekend bij onze skiërs, en de “Passo di Gardena”.
Bij het maken van een reisverslag moet je objectief blijven en hier moeten we
bekennen dat onze organisatie is fout gelopen. De helft van de groep was overgeschakeld
op een duidelijk lager tempo. Het weer, de vermoeidheid, de samenhorigheid boven
een individuele prestatie, allemaal elementen die een rol speelden. Maar geen
nood, alles komt goed, wij zijn allemaal goede ronderijders.
Het is al gezegd, vertrekken op vrijdag de 13de moet je durven en dit fietsavontuur
was begonnen met veel regen dus … een fikse regenbui begeleidde ons naar
de 2244 m hoge pas terwijl de temperatuur zakte tot 12°C.
Terwijl de “berggeiten”, die duidelijk hun stal hadden geroken,
dadelijk aan de laatste col begonnen, verzamelden de anderen zich en genoten
van wat warmte in het restaurant op de top van de Sella. Zonder het te beseffen
nemen ze hier afscheid van de volgwagen.
Bij de afdaling moest aan de splitsing wel gekozen worden om via de “Passo
di Gardena” te gaan, wat nog eens tot een natuurlijke hergroepering leidt,
want noch de volgwagen, noch een berggeit was blijven wachten. Terwijl de laatste(n)
de laatste pas van de vakantie bestijgen, arriveren de eerste(n) zeer moe, zeer
nat maar zeer tevreden in het laatste hotel van deze fietsweek.
De levensgenieters, die zich op de top van de “Passo di Gardena”
al het nodige gerstrijke vocht toedienden waren stom verbaasd toen ze plots
Dré Leysen zien aankomen. Hij was aan de splitsing verkeerd gereden,
had een extra afdaling en de noodzakelijke klim van 12 km gedaan … en
was ons dan nog ingehaald, er zijn nog krakken. Ondertussen was het opgehouden
met regenen en klaarde het uit.
En omdat de eerste de laatste zullen zijn, genieten de laatste van een heerlijk
droge afdaling en arriveren onder een flauw avondzonnetje, moe, droog en heel
tevreden in het laatste hotel van deze fietsweek.
En zoals gebruikelijk bij onze fietsvakanties zit er op het terras van het hotel
een waanzinnig snel gerecupereerde bende fietsers en vloeit het bier rijkelijk
en met de eerste uitbundige verhalen.
Net voor het eten arriveren ook Myriam en (de) Rita die ’s morgens om
6.00 h waren vertrokken en de 1.000 Km in één dag realiseerden.
Dag 9: zaterdag 21/8/2004
Pedraces ? Pedraces ? 0 km
Weer: Je mag eens raden
Al tijdens het ontbijt begon het zowaar te regenen, en niet een klein beetje.
De laatste twijfelaars besloten toen om ook maar niet te gaan fietsen in dit
hondenweer, dus werden alle fietsen opgeladen en vertrokken Chris, René
en André Leysen al rond 10.30 h richting België met de auto en de
fietsen.
De groep achterblijvers heeft Corvara bezocht, in de gietende regen en bij 7°C!
Een warm drankje en hapje hielpen om op temperatuur te blijven.
In de namiddag namen enkele de kabellift naar boven, het was na 5 uur regenen
toch gestopt. Onze eenogige berggeit Ludo heeft daar nog duidelijk affectie
met een autochtone bewoonster. We willen wel getuigen dat deze geit al zwanger
was toen we boven aankwamen.
Het andere 6-tal speelden kaart tot het avondeten. Ook daarin kunnen emoties
en stemmen hoog oplopen!
Na een laatste maaltijd met zijn twaalven in een bus van 50 personen! Uitgewuifd
door Dirk en Myriam die nog een weekje blijven stappen.
Iedereen maakt het zich zo breed mogelijk, slaapt nog wat, droomt over de voorbije
week, en zonder problemen wordt de bus geledigd bij den Dré Van Loock
thuis, waar de fietsen al trouw wachten…
Epiloog
Onze 4de meerdaagse fietstocht zit erop. Het was weer anders en zelfs beter
door een fabelachtig mooi parcours. We danken Chris Baeten die dit jaar de drijvende
kracht was achter de Dolomietentocht.
We deden 7 landen aan België, Luxemburg, Frankrijk, Duitsland, Zwitserland,
Oostenrijk en Italië.
We overwonnen de Ardennen, de Vogezen, het Zwarte Woud, de Alpen en de Dolomieten,
we namen de overzetboot, we klommen tot 2.750 m boven de zeespiegel, we trotseerden
alle soorten regen van zondvloed tot motregen, we trotseerden liters water en
niemand werd er ziek van.
We hadden geen valpartijen, geen ongelukken, geen mechanisch defect en slechts
3 lekke banden op een totaal van 17.724 km. Er werd nooit zo dikwijls fietsen
gekuist.
De sfeer onder 15 volwassenen en 15 verschillende karakters was weer goed en
dat gedurende 9 dagen! Er waren verschillende meningen maar die waren de bron
voor de avondbabbels.
En dan de eerbetuigingen. In onszelf bestoefen zijn we trouwens het beste.
Eerst en vooral onze voorzitter, den Dré Van Loock, die de organisatie
coördineerde zoals alleen hij dat kan. We verwachten nog de financiële
afrekening en kunnen hem maar beter extra bewieroken.
Onze chauffeur, begeleider, psycholoog, grapjas, logistieke steun, verzorger
en vader, René Amorgaste die soms een eindeloos geduld heeft om achter
ons te rijden en die we soms ook kwijtspelen maar die als een kater steeds weer
terugkomt.
Dirk Gebreurs voor zijn onvermoeibaar kopwerk en zijn fantastische inzet bij
het effectief in kaart brengen van onze wilde ideeën. Dus in feite het
lichtend pad.
Paul Huygelen die met een uitgesproken liefde voor de fiets (en zijn vrouw)
ons ritme corrigeert, onze fiets leert kuisen, elke berg 3x doet, één
keer voor zichzelf, één keer om te filmen en foto’s te nemen
en één keer samen met zijn vrouw Nicole. Die de technische ondersteuning
is en steeds oog heeft voor de zwakste onder ons. Met de Paul erbij zijn we
gewoon gerust dat er niets fout zal lopen.
Ook een speciale vermelding voor enkele merkwaardige vogels uit ons midden.
Ludo Tuyteleers die genoodzaakt was om alles in één oogopslag
te doen. Hij deed het en was nog één van de beste, mede dankzij
zijn persoonlijke verzorger Marcel Mees die het andere oog meerdere keren per
dag met toewijding verzorgde.
Nicole die het vervelende idee om als laatste boven te komen helemaal van zich
heeft afgeschud. Ze komt niet meer als laatste boven. Ze wordt daarvoor door
de Paul zodanig afgebeuld dat het hun relatie ten goede komt. Ze wil nog wel
uitvliegen maar kan het niet meer gezegd krijgen.
Luc De Winter voor wie ingewijden weten dat hij alles alleen door een onmetelijke
wilskracht heeft kunnen voltooien.
De verslaggevers, Dirk Van Den Bergh en Dirk Bosmans, die hun best deden om
alles objectief en sereen te verwoorden, en die bij opmerkingen hun handen in
de lucht steken en verwijzen naar de clausule dat alle overkomsten met gekende
personen louter toevallig zijn.
Andere jaren sloten wij ons verslag met een verwijzing naar de toekomst omdat
we onze vrouwen moesten kunnen overtuigen om er volgend jaar weer eens op uit
te trekken. Dat is niet meer nodig. Ze vertrouwen ons nu.
Het kan door het aantal liters water zijn die dit jaar niet in maar over ons
werd gekapt, maar laten we het toch zo stellen dat we vragende partij zijn in
nieuwe of vernieuwende ideeën.
| Deelnemers: | |||||
Bellinkx Marc |
![]() |
Gebruers Dirk |
![]() |
Van De Poel Hugo |
![]() |
Bosmans Dirk |
![]() |
Heirbaut Georges |
![]() |
Van Den Bergh Dirk |
![]() |
De Borger Geert |
![]() |
Huygelen Paul |
![]() |
Van Loock Andre |
![]() |
De Reyt Stanny |
![]() |
Mertens Nicole |
![]() |
Vercammen Staf |
![]() |
Du Mont Bert |
|
Paelinckx Marc |
![]() |
Amorgaste Rene |
![]() |
Bijgekomen te St. Jean de Maurienne
Baeten Kris |
![]() |
Leysen André |
![]() |
Trouilliez Eddy | ![]() |
Janssens Willy |
![]() |
Mees Marcel |
![]() |
En nog een dag later boven op de Galibier
Aerenhouts Frans |
![]() |
Van Meerbergen Jef | ![]() |
Goormans Corneel | ![]() |
Vrijdag 15/8/2003 - Dag 1:
Kontich - Monthermé 195 Km
Weer: ’s morgens fris, ’s namiddags warm (gem
24 °C)
Gemiddelde snelheid: 27,2 Km/u
Quote van de dag: “Hedde gij ooit al een koerspaard zien
stretchen?”
Schrijver van de dag: Dirk Van Den Bergh
Bij zonnig en fris weer stonden 14 moedige fietsers om 8u klaar voor een trip van 1.200 km naar de Alpen, met op het menu serieuze kleppers als de Galibier en Alpe d’Huez. De eerste dag was dadelijk de langste rit, dus werd er behoedzaam vertrokken. Op de Citadel, na de eerste krachtmeting in de vorm van een klimmetje van 2,5 km, werden de fantastische broodjes geserveerd, vakkundig bereid door enkele al-te-goede vrouwtjes, waarvoor van harte bedankt. De volgende stop in Givet, na 150 km, werd er zowaar al bier gedronken. Eéntje sloeg al dadelijk 2 Leffe’s in zijn graat, maar dat heeft hij wel bekocht in de daarop volgende km’s, die zeer heuvelachtig waren (hij beweerde nadien dat de Leffe’s niet de oorzaak waren…). Dit was de les van de dag: geen alcohol onderweg! Nu zit ik op het zonnige terras van ons, het mag gezegd, wel zeer eenvoudig hotel, wat al dadelijk voor de nodige commentaar zorgde. Ander kort nieuws: de’n Dré is onderweg zijn bril al vergeten (niet echt nieuws...), geen lekke banden, iedereen volgt vlot het tempo, de sfeer is opperbest, het weer schitterend. Aan tafel ’s avonds: onvoorstelbaar hoeveel lawaai een dergelijk hoop wieler-toeristen kunnen maken, Dirk B. kreeg de beker van de onfortuinlijkste renner van de dag (“Leffe krampekes”), en dat van dat koerspaard heb je boven al gelezen. Een “suppoke” met bloedverdunner daar en tegen zou veel beter zijn, aldus de nieuwste aanwinst in de club…
Zaterdag 16/8/2003 - Dag 2:
Monthermé - Lac de Madine 176 km
Weer: ’s morgens lekker fris, ’s namiddags (te)
warm (gem 26 °C)
Gemiddelde snelheid: 26,4
Quote van de dag: “ik heb slechte benen”, ”hoezo?”,
”ik kan amper de Stanny volgen…”
Schrijver van de dag: Dirk Van Den Bergh
Wie dacht dat het een gemakkelijk ritje zou worden, kwam al snel bedrogen uit:
een stevige klim na 20 km bracht ons snel met de 2 voetjes op de grond (bij
manier van spreken).Na 55 km namen we afscheid van onze laatste begeleiders:
na Paul D.(jawel!), Berreke draaiden nu Dirk en Lea terug, terwijl wij op zoek
waren naar een drankgelegenheid. Het zou niet de laatste keer zijn, echt dik
zijn ze niet bezaaid, en als we al iets vinden, is het erg duur. Maar als je
grote dorst hebt, is dat plots helemaal niet belangrijk meer! Het landschap
bleef op en neer gaan hoewel we altijd de Maas bleven volgen, de vergezichten
waren prachtig, de velden lagen er wel kurkdroog bij. Ondertussen werd het soms
wel heel stil in de groep, de hitte, het tempo en de hellingen werkten bij sommigen
(ook bij mij) een beetje op de “moraal”. Waar zijn we mee begonnen,
is dit nu echt plezant, zijn dan de gedachten, maar dat gevoel gaat gelukkig
wel snel over. Alleen het schakelen, een “boereke”, en een windje
nu en dan waren op zo’n momenten te horen. Ondertussen zijn we via veel
kerkhoven en monumenten van WO 1 aanbeland bij ons hotel aan het “Lac
de Madine”. Enkele moedigen zijn na de douche terug op de fiets gesprongen
om naar het meer te gaan, of er zelfs in te duiken (onze voorzitter!). De drankvoorraad
is ook al aangevuld door onze fantastische chauffeur René en de’n
Dré (energie dat die oude rakker heeft!). Het hotel is prima, als het
eten zo dadelijk nu ook nog goed is, gaat de schrijver weeral heel goed slapen
vannacht, want de beentjes voelen de 370 km al wel een beetje.
Zondag 17/8/2003 - Dag 3:
Lac de Madine - Luxeuil-les-bains 184 Km
Weer: Zwaar bewolkt ’s morgens, in de namiddag warm
(gem 28 °C )
Gemiddelde snelheid: 26,1 km/h
Quote van de dag: “ik heb een blote borst gezien, maar
ik had ze liever niet gezien…”
Schrijver van de dag: Dirk Van Den Bergh
Na een zeer lekker ontbijt (fruitsap, lekker vers brood, koffie, salami, jam,
yoghurt, croissants,…) vertrokken we met frisse moed, maar onder een dreigende
hemel voor de derde etappe, een overgangsrit. Geen steile hellingen, hoewel
het zeer dorre landschap bleef glooien. En na 40 km vielen er zowaar enkele
regendruppels, zonder erg echter, want het was maar voor even, en na de eerste
stop (na 68 km, is dat niet wat ver?), kwam de zon er door, en ze zou haar werk
ter harte nemen, want de temperatuur steeg al ras tot 35°C. Dit dwong ons
om nog zeer regelmatig te stoppen, om telkens opnieuw enkele cola’s te
zwelgen. Eén van deze stops was in een zeer gezellig café annex
museum in een oude brouwerij. We dronken er gretig van het gerstenat (of hoe
de voornemens snel kunnen wijzigen). Na een rit zonder problemen, arriveerden
we iets na 17h in Luxeuil-les-Bains. Het hotel valt zeer in de smaak, en zowat
iedereen heeft een duik in het zwembad genomen, waar in niet nader genoemd persoon
tot de uitspraak van de dag kwam. Trouwens die witte lichamen met die bruine
armpjes en halve benen, het is echt geen zicht. De ritten worden vanaf morgen
korter, het weer is nog steeds goed, de conditie is in stijgende lijn, en dat
belooft voor de Alpen (het zal daar hevig aan toe gaan, dat voorspel ik nu al…).Ook
vandaag weer al wat bijgeleerd: “als de palen korter worden, is de top
van een helling zeer nabij”. Voor meer uitleg over deze stelling, verwijs
ik naar de Staf. En nu ga ik, zoals de rest, een pintje drinken.
Maandag 18/8/2003 - Dag 4:
Luxeuil-les-bains - Pontarlier (La Vrine) 132 Km
Weer: Zwaarbewolkt, later zacht en wisselend bewolkt, geen
regen ( ca.22-25°C)
Gemiddelde snelheid: 22,8 km/h
Quote van de dag: “Zelfs de Staf mag nu al zonder koeienbel
buiten komen“
Schrijver van de dag: Dirk Van Den Bergh
Gisteravond een prachtig, doch zeer hevig onweer mogen aanschouwen tijdens
het avondeten. De regen en de windstoten staken zo snel op, dat wij de diensters
een handje toestaken om de tafels te ontruimen die buiten gedekt stonden (wij
aten gelukkig binnen). Enkele kledingstukken die buiten hingen te drogen en
wegwaaiden, werden allemaal terug gevonden, het laatste de da
g
nadien tussen de vuilbakken.
Onder een dreigende hemel vertrokken we voor een korte trip van 132 km, maar
het werden zware kilometers, zo bleek later. De hellingen werden langer en steiler,
de eerste echte col (wel een korte, de top lag op 580 m), diende zich aan. Hier
bleek dat niet alle chauffeurs even bedreven waren in het voorbijsteken van
een groep wielertoeristen in volle klim. Een bejaarde man moest zonodig de groep
aanrijden, maar zonder schade. Paul kon eens goed scheldend de emotie verdrijven.
Later klommen we verder naar hoogtes van 800 meter, en de eerste demarrages
volgden spontaan, zogezegd om zichzelf eens te testen. Zojuist wou al iemand
zijn hartslag grafiek op de PC bekijken, om te zien hoe hij de versnelling had
verteerd, de “maniakken”. Zoals al gezegd, geen regen onderweg,
wind echter genoeg, en in het nadeel nog wel. Dit maakte dat de rit toch zwaar
werd, en de man met de hamer vond opnieuw een slachtoffer, zodat de laatste
kilometers tegen een slakkengangetje werden afgelegd, want “samen uit,
samen thuis”. Er was toch nog tijd onderweg voor de nodige grappen en
grollen, zo bleek de Paul, bij het aanschouwen van de vele koeien onderweg met
koeienbel rond hun nek, verwonderd dat de Staf, hoewel hij thuis een exemplaar
heeft, nu plots wel buiten mag zonder ze om te doen.
Op onze eindbestemming aangekomen om 15.30h, kregen we toch nog een “koude
douche”, figuurlijk dan, want het hotel bleek gesloten, op maandag. Na
een telefoontje, waarin we de boodschap kregen dat het hotel om 17.00 h zou
openen, waren we gerust gesteld en brachten we dat laatste uurtje door in de
cafetaria van het plaatselijke vliegveldje. Daar kregen we prompt de hangar
te zien, die vol gestouwd was met ULM’s. En nu de innerlijke mens versterken,
want eten en drinken zijn onontbeerlijk om deze tocht tot een goed einde te
brengen.
Dinsdag 19/8/2003 - Dag 5:
Pontarlier (La Vrine) - Lancrans 138 Km
Weer: ’s Morgens mist, daarna zalig fietsweer ( wolken,
zon): 20-25°C
Gemiddelde snelheid: 26 km/h
Quote van de dag: “Uwe fiets is te vuil om te kuisen…”
Schrijver van de dag: Dirk Van Den Bergh
’s Avonds presenteerde de wel zeer kordate gastvrouw in La Vrine een heerlijke
maaltijd “La boîte chaude”, een specialiteit van de streek:
warme kaas in een pot
je,
daarin moesten we gekookte aardappeltjes in schijfjes in doen, samen met hesp
en ander charcuterie, en dit alles opeten. Nadien werden enkele foto’s
bekeken op PC’s en daarna viel het me toch wel op dat iedereen vroeg slapen
ging (en niet alleen maar de Geert en de schrijver). Was men een beetje gespannen
over wat ons nog te wachten stond?
Als gevolg hiervan was iedereen (ook de Geert) de volgende ochtend te vroeg
klaar en vertrokken we zowaar 10 minuten te vroeg. Het eerste uurtje reden we
in de mist, we zaten dan ook op circa 800m hoogte. Wat nadien volgde gedurende
twee uurtjes, was zowat de natte droom van elke wielertoerist: zonnig, met enkele
wolken, niet te warm, een golvend terrein, niet te moeilijk, niet te gemakkelijk,
een goed tempo door onze kopman Dirk G., en een adembenemend landschap: groene
weiden en mooie bergen aan beide zijden. De Jura is voor eeuwig op mijn netvlies
gebrand. Maar, mooie liedjes duren niet lang, en na de eerste stop op een mooie,
maar toch weer dure locatie (een gat in de porte-monnaie van de Stanny dreigt),
volgde de eerste echte beklimming: 6 moeilijke kilometers met een gemiddeld
stijgingspercentage van +7%. Mijn dromen van demarreren op de Galibier zijn
in elk geval uit elkaar gespat op deze klim.
Gelukkig waren de overige 40 km overwegend in dalende lijn richting Lancrans.
Het werd ondertussen wel warmer, gelukkig is fietsen in dalende lijn altijd
iets verfrissender. Na het eerste pintje, een goede douche, werd zowaar volop
gestart met ... het kuisen van fietsen, iets wat eigenlijk niet in mijn woordenboek
staat. Na enkele tips van Paul H. toch een poging gedaan om het ergste vuil
weg te vegen met spons en afwasmiddel, hoewel iemand niet echt overtuigd was
of het toch niet te laat was (zie boven ). En nu een beetje rusten, eten en
vroeg slapen, want de Alpen komen nu wel heel dichtbij….
Woensdag 20/8/2003 - Dag 6:
Lancrans - St Jean de Maurienne 143 Km
Weer: ’s Morgens al direct heerlijk fietsweer
– Na de middag iets te warm + 30 °C
Gemiddelde snelheid: 24 Km/h
Quote van de dag: “Goede morgen schat, …”
Schrijver van de dag: Dirk Bosmans
Hoewel we gisteren avond een culinair 4
gangen menuutje verorberden en zoals blijkt uit de quote van de dag ook voldoende
drank hebben gekregen, was het ontbijt pover. Alleen maar jam en brood, croissants
en koffiekoeken met chocolade erin. Dat een deel van het brood geroosterd was
had niet iedereen door, eigenaardig want de grootste preutelaars waren die met
een vals gebit.
De fietsdag begon in feite vrij heftig. Een snelle afdaling recht het stadje
in en dan een even snedige beklimming om uit het dal te geraken. De “Schepper”
zijn wegen zijn ondoorgrondelijk … waarom heeft hij niet ineens een brug
gelegd. Op deze nijdige klim vallen zelfs vrachtwagens stil waarbij Staf het
veiliger vind om bij de koeien gaan te staan en waar Jos zowaar deze vrachtwagens
niet wilde voorbijsteken. Eigenaardig maar boven op deze berg vinden de ‘gemeente
diensten’ een put met deksel waar zonodig moet in afgedaald worden?
Na onze eerste stop, was het nu bij een patissier of een imker, werd het weer
tijd om te genieten van het prachtige landschap ons geboden door de streek van
de Bauges. Dit tegen het gezapige ritme van de stille genieters. De “Col
du Frêne” met zijn 950 m was vandaag het hoogste punt met vooral
een te onthouden impressionnante afdaling.
Al bij al een schitterend fietsparcours met prachtige zichten. We zijn nu eenmaal
in de Alpen beland.
De dag eindigde met een 40 Km lange drukke rechte baan en … een valpartij.
Gelukkig zonder ernstige schade.
We verwelkomen de verwachte gasten Willy, Dré en Chris en de onverwachte
Eddy, die zijn verrassingsintrede maakte met een bloempje voor Nicole. Geladen
als een muilezel met rugzak op zijn schoft was hij laat in de middag begonnen
aan de klim van de Croix de Fer, had van de uitbaatster van een cafeetje, bijna
op de top, de tip gekregen om af te dalen via de Glandon en was zo quasi recht
aan ons hotel uitgekomen.
Morgen de koninginnenrit! Droom zoet.
Donderdag 21/8/2003 - Dag 7:
St Jean de Maurienne - Bourg d'Oisans 125 Km
Weer: ’s Morgens fris tot na het middageten, dan warm.
In ieder geval droog.
Gemiddelde snelheid: Zegge en schrijve 17,4 Km/h
Quote van de dag: Fietser in ademnood op Alpe d’ Huez:
We gaan een fotootje nemen!
Schrijver van de dag: Dirk Bosmans
Eindelijk is het dan zover. De koninginnenrit! We vertrokken na een opwarming
van St. Jean de Mne tot in St. Michel de Maurenne voor onze eerste (echte) Col.
“Le Col du Telegraphe” of op naar de 1.566 m met een gemiddelde
helling van 7,4 % over een lengte van 11,5 Km. In feite een leuke opwarming,
bochtig en bosrijk en door iedereen goed verteert. Boven werd het herverzamelen
en dan met een korte afdaling naar Valoire, de voet van “Le Col du Galibier”.
Weliswaar andere koek. Hij bracht ons tot op een hoogte van 2.646 m met een
gemiddelde helling van 7,2% over een afstand van 17 Km. Geen bomen meer om bescherming
te bieden en dus een overwegend desolaat landschap met een enkele keer een “kaasboer”
die wel honderden schapen en geiten bijeen had gedreve
n,
naar wij vermoeden om te melken. Tegen de kale heuvels plakt de tekst “100
Ans Valoire” (wat Stanny nu eens lang genoeg gezien heeft om het te kunnen
lezen), de inwoners zagen er anders jonger uit … of toch ook weer niet
… dat zal dan wel door de gezonde berglucht komen. De zon was gelukkig
van de partij. Om dit traject af te leggen onder zware bewolking of in de regen
moet je wel helemaal zot zijn. Voor ons kwam de frisse hoogtebries als een geschenk
uit de hemel. Tijdsverschillen werden wel wat groter maar iedereen haalde het
schitterend. Afstappen bleek voor sommigen iets moeilijker, waarschijnlijk door
het verschieten. Hoe zou je zelf zijn als plots Jef v M. boven op de top voor
je neus staat. Een grapje om maar te vertellen dat tot zelfs deze afspraak toe,
feilloos werd ingevuld. Jef, Cois en Neel waren keurig op de afspraak boven
op de top van de Galibier, met fiets en dito pakje. We daalden af (komen wel
eens een eenzame koe tegen op de weg) tot op de
top
van de “Col du Lautaret” waar de innerlijke mens werd verzorgd.
Of het nu laven of spijzen was laten we het best in het midden. Daarna terug
op weg voor een 40 Km lange en snelle afdaling naar de voet van de “L'Alpe
d’ Huez”.
Onze bewondering voor de profs in de ‘Tour de France’ stijgt …
per meter. Opnieuw van een slordige 720 m naar 1.780m, in het begin met een
helling van 10% later wat minder stijl tot een algemeen gemiddelde van 8,2%
en dit over een afstand van 13 Km. Ik speur onrustig tussen al de namen op het
wegdek naar de mijne, maar niks hoor. Ik behoor er niet bij … of heb de
verkeerde naam gekregen. Hijgend en puffend kwam weer iedereen boven. Onwillekeurig
rijst nog maar eens de vraag waar we mee bezig zijn. Waarschijnlijk onszelf
tegenkomen, maar zo schoon zijn we nu ook weer niet dat we daar nog verder moeten
naar zoeken. We duiken in onze overwinningsroes! We hebben het weer eens gehaald!
Nicole heeft zowaar al bier gedronken voor ze boven was. Ook een verschil met
vorig jaar.
Het hotel waar we nu en de volgende dagen verblijven is ietwat overjaars evenals
de eigenaars. Gelukkig ook met de principes van vroeger. Ze doen alles om ons
in de watten te leggen maar de middelen zijn beperkt. Gelukkig is het eten iets
waar niet op bezuinigd wordt.
Vrijdag 22/8/2003 - Dag 8:
Bourg d'Oisans - Les deux Alpes 41 Km
Weer: ’s Morgens fris, nu zeer warm, azuurblauwe hemel
Gemiddelde snelheid: Onbelangrijk…..
Quote van de dag: “Er is hier maar 1 WC” –
“Heb jij er 2 nodig?”
Schrijver van de dag: Dirk Van Den Bergh
Na heerlijk lang uitslapen, of al een koffietje drinken in het stadje, dat een
en al nostalgie uitademt, volgde een “sportontbijt” met alles erop
en eraan. Nadien vertrokken de meesten nog eens met de fiets, in 2 groepjes:
eentje die rustig naar Les 2 Alpes fietste, de anderen begonnen aan een fikse
Alpenrit van 90 km met enkele stevige kuitenbijters op het menu. De eerste groep,
met de verstandigste (of meest vermoeide…) mensen natuurlijk, trokken
in een slakkengangetje naar hun bestemming. De beklimming was op papier niet
zo heel moeilijk, maar de snelheidsmeter wees toch op een zekere zuurtegraad
in de benen. Eenmaal boven deden we ons tegoed aan lekkere frietjes met ne vettige
hamburger, met veel mayonaise, ketchup, mosterd en alles wat een sportman niet
te eten hoort. Na een leuke afdaling met adembenemende vergezichten over een
akelig smal baantje, arriveerden we rond 14.30 h in het hotel. We zitten nu
allen aan het zwembad, terwijl de duiven binnenvallen: de tweede groep arriveert
mondjesmaat, de een al wat meer getekend dan de andere door de inspanningen
en de hitte.
Zaterdag 23/8/2003 - Dag 9:
Bourg d'Oisans - Col de la Croix de Fer 82 Km
Weer: Op het gevaar van eentonig te worden, schitterend, zonnig
en warm
Gemiddelde snelheid: “Er zijn belangrijkere zaken in
het leven”
Quote van de dag: “Hoe? Waart ge gisteren zo zat dat
ge niet meer weet da ge al hebt gebeld?”
Schrijver van de dag: Dirk Van Den Bergh – Dirk Bosmans
Na een levendig avondje, dat begon met een geweldige Eddy T. die ons voordien
al verrast had met zijn enorme solotrip, verschijnt hij (zij) nu in een prachtige
roze jurk met bijhorende attributen en schmink, alles in accorderende kleuren.
Dat hij (zij) onze lachspieren opwarmde bij een weer eens lekkere maaltijd,
werd door iedereen ‘gesmaakt’, dat hij (zij) nadien post vatte op
het terras van “Café de Paris” bezorgde ook de plaatselijke
bewoners de nodige hilariteit maar als besloten werd “de” karaoke
avond van het dorp op te luisteren met een “jiveke” met de Neel
was het hek helemaal van de dam.
Het was vandaag jammer genoeg de laatste dag. En zoals afgesproken werden er
verschillende groepjes gevormd die naar believen hun dag vulden. De ‘rapporteurs’
begonnen met 13 andere moedige fietsers aan de laatste karwei van ons avontuur:
een 80 km lange tocht met daarin een 25 km lange klim naar de top van de “Croix
de la Fer”. Bij een zalige temperatuur fietsten we via een rustige weg,
die jammer genoeg wel steil omhoog ging, door een adembenemend landschap, naar
de top van deze mooie col. Sommigen maakten er een miniwedstrijd van, anderen
hadden slechts de ambitie om boven te geraken, waarin dan ook iedereen wonderwel
in slaagde. De tevredenheid en de voldoening waren bij iedereen enorm, hoewel
dat door de vermoeidheid niet zo dadelijk te zien was. Na een deugddoend drankje
en hapje werd rustig afgedaald, met de nodige stops en besloten met …
een drankje.
Anderen beklommen een andere col, sommigen deden zowaar nog meerdere beklimmingen
(o.a. om de foto’s op te halen boven op Alpe d’Huez). Nu is men
volop bezig de fietsen in te laden, te douchen, en straks volgt het “laatste
avondmaal”.
Want aan alle dingen, ook de mooie, komt een einde, helaas.
Zondag 24/8/2003 - Dag 10:
Epiloog
De afreis gebeurde zoals gepland met verschillende wagens en niet noodgedwongen
achter het stuur. Dus tijd om te mijmeren.
In 2001 waren eens … 5 …, in 2002 … 9 en nu met …
Hoewel er wordt beweerd dat het niet evident is om met 15 volwassenen 9 dagen
samen te leven en te fietsen, 3 dagen ervan zelfs met 23 personen, is er gedurende
de hele periode niet één ernstige discussie, laat staan een incident
geweest. Dat is alvast een even verwonderlijke als prachtige prestatie van iedereen.
Het kan evenzeer een les zijn voor andere gelegenheden en groepen. Hoor, zie
en zwijg … tot je er zeker van bent.
Over de prestaties op de fiets valt niets op te merken: iedereen bleek terdege
voorbereid, zodat een vlot verloop van de rit verzekerd was.
Het parcours was niet gemakkelijk, maar prachtig, waarvoor dank aan de mensen
van de wielerclub van Waarloos. De hotels waren goed, het ene al wat beter aangepast
dan het andere. We stonden wel eens voor een gesloten deur en er bereikte ons
wel eens “horror verhalen” over toekomstige verblijfplaatsen, maar
al bij al boden ze allen lekker eten en een verkwikkende nachtrust, wat toch
wel het belangrijkste was. En toch kan de bedenking geopperd worden hoe sommige
partners van deelnemers het hele jaar door het gesnurk verwerken.
Heel belangrijk te vermelden is dat het zonder “hem” quasi niet
te doen was geweest. Hij is René Amorgaste. Een frisse 70-tiger die onvoorwaardelijk
de laatste week voor ons vertrek is ingevallen om met zijn ervaring van 2 jaar
geleden naar Rome op een ordentelijke wijze te begeleiden.
René, dit wordt door alle deelnemers hoog in waarde geschat.
Het was, wat ons betreft, een geweldig geslaagd clubavontuur, gezegend met prachtig
weer voor onderweg en waarover in Kontich nog vele jaren zal gesproken worden.
Met veel straffe en ook echt gebeurde verhalen. Voor de thuisblijvers kunnen
we nog zeggen dat er al nagedacht wordt over een foto- en filmavond met beelden
van de voorbije week, u zult op tijd geïnformeerd worden.
Ga dus gerust op zoek naar het volgende avontuur.
Ps. Dit is een subjectief verslag van Dirk VDB en Dirk B, met als enige ambitie
de thuisblijvers een idee te geven over deze fantastische trip, en om de deelnemers
een handje te helpen bij het inkleuren van hun persoonlijk verhaal, …
en om nog eens weg te mijmeren op een koude winteravond.
Zaterdag 25 mei 2002
Dag 1
Kontich ? Charlesville Mèzière
Afstand: 212 Km
Gem Snelheid: 26 Km/h
Het is (weer) zover, Nicole, Paul, Marcel, Ludo, Dré, Dirk G, Dirk B
en John als begeleider, maken dit jaar de Franse wegen onveilig op weg naar
Lourdes. Zij die bang waren voor de regen hadden ongelijk, allé wat betreft
de eerste dag toch, In Hastière 3 druppels en dat was al. Het eerste
plat bandje van onze tocht was voor Paul na 22.293,35 m. En gelukkig dat Nicole
er bij was want hij zou nog met een platte band rondrijden. (Dat heb je met
die ex profs, die weten wat ze moeten slikken). We gaven onze ogen de kost,
de dito testrit maakten we in de gutsende regen mee en bijgevolg ontbrak het
ons aan enig omgevingsimpressie.
Wat ons wel opviel is de grondige “opleiding” die Nicole heeft gekregen.
Buiten haar kunnen, waar we zware vermoedens van hadden, heeft ze nog leren
op haar pedalen staan ook! De eerste vrouwelijke A komt eraan. Nee echt, ’t
is een toffe, ze brult (voorlopig) alleen tegen de Paul.
Dirk B heeft wat progressie gemaakt in dalingstechniek, maar ja, wel wat vroeg
om te oordelen. Tourmalet en Aubisque moeten nog komen.
Eten, fietsen kuisen en beddenbak in, eerste dag zit erop en morgen zien we
wel weer.
Zondag 26 mei 2002
Dag 2
Charlesville Mèzière ? Saint Dizier
Afstand: 173 Km
Gem Snelheid: 25,2 Km/h
Een zeer afwisselende rit: Wind links op kop, wind rechts op kop, wind frontaal
op kop. Enige contante was dat hij hard blies.
Koeien kijken ons meewarig aan (voor wie een idee heeft hoe de koeien staan
in functie van de wind). Gras en koren halmen buigen devoot hun kopjes in onze
richting. (verdomme) Tot hier onze dichterlijke beslommeringen.
Goed en veel gegeten, lekker geslapen.
Maandag 27 mei 2002
Dag 3
Saint Dizier ? Avallon
Afstand: 192 Km
Gem Snelheid: 25,5 Km/h
Eerste maar hopelijk ook laatste lichamelijk ongeval! Dirk G. kreeg “verschot”
door één van de koffers in de aanhangwagen te slepen. Dokter M.
van dienst op afstand, heeft aan de hand van de huisapotheek hem plat gedrogeerd.
Enfin plat … zodanig dat hij nog juist op zijn fiets kon zitten en trappen.
Heeft einde van de dag gehaald.
« Route barrée » wil in Frankrijk zeggen: wij hebben net
een spiksplinternieuwe weg aangelegd als een biljartlaken.
Veel wind en altijd op kop met afwisseling. (Zie dag 2.) Soms een bui. Vrij
koud.
Slang over de weg tegengekomen maar beest had duidelijk geen smaak. Stel je
voor, ze richtte zich op en vond het been van den Dré het smakelijkst!?
Was waarschijnlijk omdat hij enige was in lange broek. Maar allé, ze
getuigde toch nog van enige opvoeding want ze heeft niet gebeten. Of was dat
omdat ze niet wist hoeveel gif er in zijn been stak?
Marcel Mees weet nog steeds niet van waar de wind komt. Al een geluk dat hij
na de derde dag en de derde stop zijn nat goed eens uittrok zodat we hem konden
wijsmaken wat de voor en de achterkant van een windstopper is. … Zelfs
een koe weet dat!
De tweede platte band is voor Dirk B. Zo’n 6 Km voor einde van de dagtrip
… en net genoeg oponthoud op nat binnen te komen. Zo heeft ieder zijn
verdienste.
Dinsdag 28 mei 2002
Dag 4
Avallon ? Montluçon
Afstand: 212 Km
Gem Snelheid: 24,5 Km/h
Marcel fietst tot de middag met één kous over zijn broekspijp
en één onder zijn broekspijp. We kunnen de verantwoordelijke thuisblijver
enkel waarschuwen dat zij na Lourdes niet alleen zijn fiets moet laten nazien
…
« Route barrée » wil in St Germain de Champ zeggen : Je rijdt
tot aan de waterkrachtcentrale en kom tot ontdekking dat ze een stuk van de
stuw hebben weggebroken.
Je kan dan kiezen, ofwel rijd je gewoon terug ofwel volg je de toer rond het
stuwmeer. Wij keren niet zomaar op onze stappen terug en volgen het stuwmeer.
Dat daar dan hellingskes van de som van de “Redoute” en “Chartreuse”
inkomen stond niet op onze landkaart maar maakte ook niet veel uit. Na 33 Km
hadden we een gemiddelde snelheid van 18 Km/u en we moesten nog slechts 179
Km te fietsen.
Over John, onze begeleider, gaan we nu niet veel uitweiden. Als hij zo voort
doet krijgt hij een heel hoofdstuk en nog meer. Die man is grandioos! Zoiets
wordt nu niet meer gemaakt.
Nicole blijft verbazen. Mannen met macho gevoelens uit Kontich kunnen maar beter
beginnen te trainen.
Om onze verloren tijd van ’s morgens nog enigszins te corrigeren hebben
we voor de laatste 13 Km maar een autoweg genomen. (Per ongeluk natuurlijk,
maar met gevolg dat de trucks met hun zware “claxons” ons daar regelmatig
onze aandacht op trokken. We hebben in dit geval het beter geacht niet ons middelvingertje
op te steken).
Woensdag 29 mei 2002
Dag 5
Montluçon ? Brive la Gaillarde
Afstand: 205 Km
Gem Snelheid: 24,7 Km/h
Brrrrh, het voelt nog er fris aan, vooral ’s morgens. Maar er is beterschap
op komst. Met onze namiddagstop drinken we dan ook voor het eerst op een terrasje
in de zon.
We reden door een sprookjesachtig landschap. Een overvloed aan kasteeltjes met
soms, vanuit de omzomende beukenhaag een opschietende roofvogel, die dan zijn
kunsten ten toon spreidt om in bijna vrije val iets van de grond te pikken.
Pech voor de thuisblijvers, doch wij gaan met beter fietsen naar huis komen
dan we vertrokken zijn. Paul in ons midden is een luxe die we natuurlijk vorig
jaar niet hadden. Een spaak vervangen, wiel centreren, kabeltje vervangen voor
betere werking van versnelling, … en met een demonstratief voorbeeld ons
allemaal er toe aan zetten onze fiets te kuisen. Gelukkig tot nu toe niets ernstig
meegemaakt.
Of misschien toch, … de Ludo. Pracht kerel, weet op tijd en stond de sfeer
op gang te trekken. Spijtig genoeg kan je er maar één keer ergens
mee komen. Vanavond heeft hij bewezen dat zijn techniek om vlotter vooruit te
komen, geen schadelijke sporen nalaat. Die techniek bestaat erin om een hoeveelheid
opgespaarde lucht, langs een achterwaarts gelegen opening, die normaliter voor
andere doeleinden is gemaakt, naar buiten te stuwen, zodat er een vooruitsturende
kracht ontstaat.
Over de resultaten van de ontwikkelde krachten laten we beter deskundigen aan
het woord, maar hij heeft in ieder geval in volle restaurant zijn koersbroek
binnenste buiten gekeerd om aan te tonen dat er geen nadelige bruine aanduidingen
zijn achtergebleven.
Donderdag 30 mei 2002
Dag 6
Brive la Gaillarde ? Agen
Afstand: 180,5 Km
Gem Snelheid: 25,9 Km/h
Koplopers van dienst Ludo en Dirk B. zien een knal groene salamander over de
weg ritsen die meer dan
behoorlijke
afmetingen had. Veel groter dan waar menig man zou van dromen, en wat in onze
omstandigheden en zoveel Km’s terdege in de verdrukking komt. Enfin voor
één niet omdat normaal gesproken dit niet aanwezig is. Je kan
het aan Paul vragen. Maar moeder Natuur is billijk. Nicole heeft duidelijk last
aan het zitvlak.
Wat dat koplopen betreft is het dit jaar dringen om aan kop te mogen rijden.
Is dat Salsadansen van Dirk G. dan zo afmattend?
De affectie van één onzer met kleding is wel bijzonder. Als de
windstopper en de kousen goed zitten kan
nog
altijd de helm vergeten worden. Het duurt wel even voor er ontdekt wordt dat
er plots een gebochelde onder het genootschap is opgestaan. Gelukkig passeren
we “St. Marcel”. Zo ziet die van ons dat hij al waardige voorgangers
heeft gehad. Zijn fiets heeft trouwens al heel wat taken op zich genomen. Zuchten
en kreunen ontbreken nog maar kraken doet ie eens te meer.
Onze capriolen steken aan. John heeft voor het eerst zijn fiets uitgehaald,
en terwijl wij douchen gaat hij zich bezweten.
Vrijdag 31 mei 2002
Dag 7
Agen ? Lourdes ? Argelès Gazost
Afstand: 196 Km
Gem Snelheid: 25,9 Km/h
Den Dré verjaart !!!! Proficiat Dré !!! (weer eens, verleden
jaar was dat ook zo, je maakt daar een gewoonte van zeker?)
Allemaal in een onze clubtenue want het is de Big Day we gaan ons doel bereiken.
Tot zelfs Ludo heeft voor de gelegenheid een pakje van zijn vader van onder
de motbollen gehaald. Het staat hem, wat wil je het zijn nu eenmaal pakjes met
standing.
De laatste twee dagen rijden we onder een blakende zon. Er zijn ook weer die
“getekende gezichten”. Rood verbrand, vervellende neuzen en schedels,
kapotte lippen maar het kan ons niet schelen we stoppen toch in Lourdes. Voor
schrijver van dienst kan geen hulp baten. Bovenop al het voorgaande een verstropte
neus maken het voor Dirk G. (zijn celgenoot) een lastige nacht. Er kunnen nog
veel bomen geveld worden.
Na weer eens een prachtige rit maken we dus halt in Lourdes. We zullen morgen
wel eens terugkomen voor de grot en kappen ons dan maar lustig vol bier. Iedereen
blij en zelfs eentje emotioneel. Maar daar is ook alle reden toe. Het is een
prestatie!
Iets minder beenvast kruipen we terug op de fiets voor een laatste inspanning
van 16 Km. Dré gaat John vergezellen om te filmen. Het mag dan toeval
wezen maar het is de enige keer dat John de weg niet vond.
Zaterdag 1 juni 2002
Dag 8
DE SOULOR
Vanuit Argelès Gazost 20 Km tot de top
Hoogteverschil 1010 m
Gem. stijging 5,1 %
Max stijging 10%
Berg staat gecatalogeerd als “zeer moeilijk”. Dirk G. en Paul bekampen
elkaar naar de top. Tactische overwegingen met diepe wortels in het verleden
maken er een mooie strijd van waarbij het gezond verstand wint.
Ze rijden broederlijk over de top.
Bij Ludo is het anders, hij denkt aan technische aanpassingen en monteert een
achterwiel met zo’n groot tandwiel dat je nog enkel aan stuur en zadel,
voor- en achterkant van zijn fiets kunt herkennen. Om het spul werkzaam te krijgen
zou hij best nog een grondige technische opleiding krijgen, maar komt toch derde
boven.
Dré, Marcel en Dirk B. blijven bij Nicole (belofte maakt schuld). Na
enige tijd vindt Marcel “zijn” ritme en bereikt als vierde de top.
De andere 2 wachten tot Paul terugkeert bij Nicole en leren dan wat reserve
betekent. Zij duelleren de laatste 2 Km nog voor de eer maar ook dat blijft
onbeslist. (wat zijn wij daar toch goed in!)
We eten boven op de Soulor want de Aubisque is gesloten. Nog teveel steenslag
en modder.
In de namiddag wordt nog een bezoek aan De Grot gebracht. Met respect voor
ieders overtuiging … er zijn toch grenzen. Doch braaf als we zijn, lopen
we langs De Grot, kopen medaillons voor de bomma’s (natuurlijk) en branden
zelfs kaarsen. Jongens is me dat wat! De Jef zou er direct een gigantische barbecue
van maken.
Ik weet niet waarvoor den Dré een kaars heeft laten branden. Zou het
voor morgen kunnen zijn?
Zondag 2 juni 2002
Dag 9
DE TOURMALET
Vanuit Argelès Gazost 34 Km tot de top
Hoogteverschil 1420 m
Gem. stijging 7,5 %
Max stijging 10 %
Berg staat gecatalogeerd als “uiterst moeilijk”. We vertrekken
aan het hotel voor een zachte klim van 16 Km als opwarming. Plots schiet Dirk
G. weg met onmiddellijk Paul in zijn zog. (je moet je ervaring hebben)
Een titanenstrijd kan beginnen. 18 Km keihard klimmen!
Aan de voet van de berg zijn de posities als volgt: Paul en Dirk G. vooruit
gevlogen, Ludo (nu met deftig wiel) en Marcel samen in de achtervolging (allé,
nahuppelend) 200 m daarachter Dirk B. en nog eens zoveel verder Nicole en Dré.
Wat zien we na enkele Km’s? Paul met zijn achterwiel in de hand op zoek
naar de volgwagen. Platte band! Hij zal de rest van de beklimming bij Nicole
blijven. Wat kan het leven toch mooi zijn als fietsend echtpaar.
Ondertussen had Dirk B. Marcel gepasseerd en welke slimme vos had hij daar meegebracht?
Den Dré natuurlijk. De situatie is dan: Dirk G. buiten categorie, Ludo,
Dré en Dirk.B die elkaar op ‘veilige’ afstand volgen. Marcel,
Nicole en Paul komen achter. Die posities blijven behouden tot 4 Km van de top.
Dan plaatst den Dré een onverbiddelijke demarrage naar Ludo. Sorry Rita,
we moeten een heilig huisje intrappen, seks kan er niets mee te maken hebben.
We hebben hem in ’t oog gehouden en dan toch nog? … het moet iets
anders zijn!
Eerste Dirk G., dan Dré (ontegensprekelijk de krak van de dag), op 20
m en bijna gelijk Ludo. Dan op enkele minuten Dirk B. die nederig zijn meerder
erkent in den Dré. Verder nog met minuten verschil Marcel, en tot slot
ons fietsend koppel waar Nicole, ook van de omstanders, een spontaan applaus
krijgt.
We dalen af tot zowat halfweg en gaan iets eten. Het was mooi.
Spijtig voor de gedwongen thuisblijvers, Dirk VdB. en Hugo. Het was de moeite
waard. Zij hadden mee kunnen bevestigen dat ondanks de kortere totale afstand,
het parcours en de daglengte (200 Km) van de trippen, er voor zorgden dat het
dit jaar fysisch zwaarder uitviel dan verleden jaar naar Rome.
Het weer was in het begin onzekerder, maar omdat we voor het geluk geboren zijn,
hebben we alle onmenselijke regentoestanden en extreme koude kunnen ontwijken.
De laatste 4 dagen waren de weergoden ons zelfs uitermate goed gezind.
Nicole heeft een enorme prestatie geleverd. Ze deed alles op haar tempo, viel
daarbij zeker niet uit de toon en werd bovendien door niemand, ook niet door
Paul, ook maar 1 meter geholpen. Proficiat Nicole.
Dirk G. was zoals verleden jaar het lichtend pad. Had het ganse parcours op
kaart gezet en was er steeds als er van de weg werd afgeweken. Maar kan het
niet nalaten dat we elk jaar een stukje autobaan nemen.
Paul is iemand die bij degelijke evenementen niet mag ontbreken. Hij is niet
alleen een uitstekend technicus maar is vooral heel gul met informatie over
het fietsen. Zeker weten dat gewoon door naar hem te luisteren je prestaties
stukken beter kunnen. Samen met Dirk G. was Paul hoofdkoptrekker. (woord staat
niet in Dikke van Daele)
Ludo was de Sergio van de troep en dat is in dit geval zeker een compliment.
Bovendien heeft heel wat kopwerk verzet.
Als het over fietsen gaat en hij is op sandalen met zijn hemd averechts aan,
zeg dan maar gerust Mijnheer Marcel. Hij had vroeger al eens naar Rome gefietst,
maar heeft het zeker nu weer bewezen dat hij weet hoe je op een fiets zit. Doet
regelmatig zijn deel kop, klimt niet onaardig en daalt mee met de besten.
Vorig jaar sukkelde Dré wat met zijn knieën. Dit jaar was dat onder
controle. Bovendien verjaart hij elk keer als we weg zijn. Hij is dus als goede
wijn, elk jaar beter!
John zijn we heel erg dankbaar. Het is echt niet makkelijk om volgwagen te spelen
en zonder enige voorbereiding, zag hij zelfs nog de mogelijkheid om op misbare
kruispunten klaar te staan en de weg te wijzen. Bovendien stond onze tafel dikwijls
gedekt bij de tussenstops.
Uw dienaar van dienst, Dirk B., hoopt van ganser harte het volgend jaar op een
of andere manier weer mee te maken.
Top
Dag 1 : zaterdag 19 mei
Kontich 8:45 h ? St-Hubert 17:30 h 
Afstand : 182 km Gemiddelde: 26.5 km/h Topsnelheid : 75 km/h
Weer : zonnig maar fris, N-NO wind ( in de rug dus, zo hoort het.... )
Bij de start veel supporters, de zon en toch wel een nerveus gedoe : nog een
laatste herstelling aan
het
versnellingsapparaat ( bedankt Walter), een trui die achterstevoren werd aangedaan,
maar uiteindelijk onder begeleiding van Bart en Hilde, Nicole en Paul, Marcel
en Dirk vertrokken we voor dit avontuur. Na 65 km reeds pech: stuurpen afgebroken
bij DirkG, vakkundig en snel hersteld door Paul tijdens de eerste stop in Perwez.
Aldaar besloot Hilde dat de 2 koppels zouden meerijden tot St-Hubert, zonder
reservekledij, zonder tandenborstel, maar vooral zonder ondergoed. Niet getreurd
echter, daar de’n Dre al ons zakgeld thuis vergeten was, werd dat per
express door DirkB zijn fantastische echtgenote Miriam naar St-Hubert gebracht,
na eerst in de GB nog extra ondergoed gekocht te hebben voor de beide koppels.Met
geleende mannenkleren hebben beide vrouwen en mannen samen met ons lekker gegeten
in St-Hubert.
Dag 2 : zondag 20 mei
St-Hubert 08:40 h ? Pont-a-Mousson : 16.45 h 
Afstand : 180 km Gemiddelde: 27.7 km/h Topsnelheid : 64 km/h
Weer : zonnig , 20 graden, N-NO wind ( in de rug dus, alweer )
Ideaal fietsweer, gunstige wind, zware etappe, met veel kuitenbijters, maar
door een prachtig landschap. Eerste lekke band, eerste wegomlegging en eerst
maal chauffeur Rene kwijt. Tweemaal van weg vergist ( het zou niet de laatste
maal zijn....), maar met een kopman als DirkG is dit geen enkel probleem : met
bekwame spoed wordt elke achterstand ingelopen. Den Dre is vandaag ergens zijn
drinkbus vergeten, als hij zijn fiets maar eens niet vergeet ...... Hij leerde
ons trouwens al het middel om het gemiddelde hoog te houden : van nu af wordt
bij elke meter te voet het voorwiel omhoog gehouden.
Laatste 20 km vlak en dus snel, om dan aan de Moesel te genieten van een frisse
pint en lekker eten, en om 22.00 h gaat letterlijk en figuurlijk het licht uit.
Dag 3 : maandag 21 mei
Pont-a-Mousson : 08.30 h ? Gerardmer : 16.15 h 
Afstand : 165 km Gemiddelde: 26.8 km/h Topsnelheid : 67 km/h
Weer : zeer zonnig , 20-25 graden, O wind ( helaas, soms recht in het aangezicht
)
Nog voor het vertrek, 2de lekke band, alweer de’n Hugo : het wordt tijd dat hij een goed materiaal koopt ....De weergoden zijn echt met ons, weeral goed weer, maar de strakke oostenwind begint af en toe in het nadeel te blazen, de ideale gelegenheid om te leren uit de wind te rijden, achter de rug van DirkG, en ook wel DirkB. Dadelijk na het vertrek verkeerde weg genomen, maar het loonde de moeite : prachtige streek, met glooiend landschap van velden en bomen. Na 71 km eerste stop „Chez Martine“, om vervolgens de strijd aan te binden met de felle oostenwind. Na tevergeefs 20 km gezocht te hebben naar een cafe , 2de stop in het zeer warme Bruyeres, na 140 km. Nergens is het nog plat, de hellingen volgen elkaar in snel tempo op, om in Gerardmer op 700 m hoogte te arriveren kort na 16.00 h. De benen beginnen de 550 km te voelen, de trappen met de bagage zijn elke dag bijna de zwaarste beklimming, maar iedereen is nog gezond, en optimistich, wat nodig zal zijn, want morgen wachten de Vogezen. Hier en daar zie ik al enkele stukjes rood vlees aan armen en benen, ondanks zonnecreme factor 12 of meer. Ik heb trouwens nog nooit zo dikwijls mensen hun hartslag weten meten, na de rit nog wel, terwijl het toch de benen tijdens de rit zijn die het moeten doen. Maar ik ben dan ook maar een amateur... Ook worden we verplicht om veel tijd uit te trekken (bijna meer dan om te fietsen....) om SMS-berichten te versturen, te beantwoorden, te bellen. Het thuisfront is erg geïnteresseerd blijkbaar, en versta me niet verkeerd, we vinden dat plezant.
Dag 4 : dinsdag 22 mei
Gerardmer : 08.30 h ? Allschwil ( Basel ) : 16.00 h 
Afstand : 143 km Gemiddelde: 25.0 km/h Topsnelheid : 70 km/h
Weer : zeer zonnig , 10-20 graden, O wind ( zeer strak, vooral hoog in de Vogezen
)
Eerste bergrit : de Vogezen met cols als de Schlucht, de Grand Ballon en de
Hundruck.
Het klinkt een beetje eentonig, maar het wil maar niet regenen, altijd zon en
zelfs 18 graden bij het vertrek ! Dadelijk omhoog tot 1360 m, dus direct in
het zweet. Boven op de top was het wel zeer fris, met steeds de koude oostenwind.
Maar zoals steeds volgt na elke beklimming, een afdaling ( met wintervest!),
maar helaas, nadien opnieuw omhoog… Vooral de Hundruck was “van
de’n hond” : zeer steil en moeilijk. Maar we zijn er allen overgeraakt,
zonder blessures, zelfs zonder al te diep in de reserves te moeten tasten. En
zo hoort het, we hebben immers nog 8 dagen te gaan. En nu logeren bij een neef
van Hugo, tussen een waar computerarsenaal : hij heeft een computerbedrijf,
gespecialiseerd rond Internet. De living, de Wc en het bad staan in een grote
ruimte, zonder muren... toch wel speciaal. De koks van dienst ( Hugo, DirkB
en DirkG) bereidden op dit ogenblik een spagetti-maaltijd, Rene en Dre zijn
boodschappen gaan doen en ikzelf houd het thuisfront op de hoogte.
Dag 5 : woensdag 23 mei
Allschwil : 8.30 h Brünnen 16.45 h. 
Afstand : 183 km Gemiddelde 25.4 km/h Topsnelheid 69 km/h
Weer : zonnig en warm (25°C)
Na gisterenavond nog een terrasje gedaan te hebben aan de Rijn in Basel, de avond afgesloten met taart voor de beide jarigen : Hugo (61 j.) en onze fantastische chauffeur, begeleider en ploegleider René (70 j.). Dit om 23.30 h. aub. Na een korte nachtrust, een lekker ontbijt (ei!) bereid door (alweer) René en Dirk G. De rit van 160 km ging door een mooie streek, met al te veel en al te steile hellingen. Vooral het begin was moeilijk maar o zo mooi ! In Luzern, een zeer mooie stad, ging het zowaar te vlot, we hadden te weinig tijd om rond te zien. Even voordien wou Dirk G nog sneller gaan en de autostrade oprijden, we konden hem nog net op tijd tegenhouden ! Ons hotel was gelegen tussen de bergen, aan het meer : mooi !
Dag 6 : donderdag 24 mei
Brünnen : 8.45 h. - Bellinzona 18.00 h.
Afstand : 169 km Gemiddelde 23.5 km/h
50 km. Klimmen – 3 lekke banden – Al 1000 km. gedaan !
Ondanks een kletterend onweer ’s nachts, ondanks stevige regen tijdens
het ontbijt, ondanks het moedige protest van een enkeling (prompt weggewuifd
…) vertrokken we in de regen voor 2 echte cols (Gotthard gesloten, Oberalp
en Lucomagno waren onze hindernissen nu)
en 170 km. Maar deze overmoed werd prompt afgestraft door God deVader : 2 lekke
banden voor den Dré ! Dan klimmen in de regen naar Andermatt, de Oberalp-pas
over, dalen naar Disentis (Schmo, mijn ski-leraar teruggezien !!!), de zon terug
van de partij en dan de prachtige beklimming aan de voet van de Lucomagno (20
km. lang). De eerste had aldaar slechts 14 minuten voorsprong op de anderen,
wat deze laatste zowaar moed gaf om vervolgens in vliegende vaart te dalen naar
Bellinzona. Doch den Hugo reed eerst nog eens lek: de anderen blij : hij zit
bijna door zijn voorraad slechte binnenbandjes … We logeren op de 7e verdieping,
alsof we nog niet genoeg geklommen hebben !
Dag 7 : vrijdag 25 mei
Bellinzona 08.05 h. – Alessandria 17.20 h.
Afstand : 207 km. Gemiddelde 30 km/h Topsnelheid 65 km/h
Weer : ’s morgens ideaal, na de middag warm 
Na ’s nachts enkele treinen door de kamer te hebben horen razen en ’s morgens de Zwitserse donkere wolken achter ons latend, trokken we richting Italië dat we voor 9h. bereikten. Een mooie weg rond het Lago Maggiore, met een prachtige eerste stopplaats te Laverno. Helaas, nadien volgde een lange hete tocht van ca. 100 km. naar Alessandria. Dirk G en Dirk B met de grote molen als locomotief, de andere probeerden de kilometerslange, kaarsrechte bomen, de putten en de steentjes te ontwijken. Tevergeefs, de huidige tussenstand bij de lekke banden is nu : Hugo 4, Dré 2, Dirk V 1 . Tussen de rijstvelden bereikten we in vliegende vaart het eindstation na 207 km., eindelijk. Belofte maakt schuld, Dirk B bezocht stante pede na de arrivée, de barbier : het resultaat is … ja, dat moet je zelf maar beoordelen. Kort is het in elk geval (Italian style).
Dag 8 : zaterdag 26 mei
Alessandria 8.05 h. – Rapallo 14.30 h.
Afstand : 123 km. Gemiddelde 23.8km/h Topsnelheid : 57.5 km/h
Na een avondwandeling en etentje in Alessandria en een goede nachtrust met
z’n drieën op één kamer,
’s morgens richting heuvels. Na de 'grote molen' gisteren, vandaag terug
het ‘kleine blad’ nodig gehad. 3 stevige klimmen waarvan de slotklim
er eentje was om in te lijsten : 8 km. met hoogteverschil van ca 550 m. Den
Dré nam de gelegenheid om wat actiefoto’s en film te nemen vanuit
de auto : bij de eerste stopplaats na 60 km. was hij ingestapt met lichte kniepijn
: straks de wonderzalf van Paul H., en morgen terug op de fiets ! Nu zitten
we hier buiten in de ‘Casa del Pellegrino’, een prachtige kerk,
een bedevaartsoord, maar toch 500 m. te voet en onze bagage werd via een gammel
kabelbaantje naar boven gebracht . Met een uitzicht op de Middelandse Zee is
het hier een zowaar een paradijs !
Het spreekwoord zegt : een kermis is een geseling waard (d.i. een zware klim
van 10 km.)
Zondag 27 mei 2001 : dag 9
Rapallo 8.30 h – Pisa 16.10 h 162 km Gemid. 27,6 km/h Topsnelheid : 68
km/h
Na een rustige namiddag in Rapallo, met ijsjes en bier, en vooral veel SMS-jes
( begin al tendinitis te krijgen aan mijn duim), een fantastische nachtrust
op kamers alleen, namen we het ontbijt ’s morgens buiten op het terras,
ontbijt dat in Italië weliswaar zeer sober is : koffie of thee, brood en
confituur). Nadien de bagage op de
transportband
naar beneden gezet, en na ons nog eerst door de voorbereidselen van een Italiaanse
communie geworsteld te hebben
( met zeer grote Christusbeelden), begonnen we onmiddellijk aan een afdaling
van 11 km. De weg leidde ons vervolgens langs de kust, en laat niemand ooit
nog vertellen dat het plat is aan de zee.
Na 30 km wachtte een stevige beklimming van 18 km(!) naar de “Passo di
Bracco”: zwoegen en zweten bij temperaturen van 30°C en meer. Dan
volgde een mooie afdaling om de laatste 50 km een vlakke weg te volgen langs
de kust tot in Pisa, dit in sneltreinvaart ( 37-40 km/h….). Drie lekke
banden voor onze koploper terzake brengen zijn subtotaal op 7 stuks, onklopbaar
dus ! De’n Dré heeft de rit vlot uitgereden, da’s nog het
beste nieuws van de dag.
Maandag 28 mei 2001 : dag 10
Pisa 08.15 h Siena 14:30 h 119 km Gemid. 25,8 km/h Topsnelheid : 68 km/h
Na de achtste lekke band voor Hugo, nog voor het vertrek, werd wijselijk besloten om met een ander wiel te vertrekken. Onder een helderblauwe hemel vertrokken we richting Toscane. Na even verkeerdelijk op de autostrade beland te zijn, hadden we toch vrij snel de goede richting gevonden richting Volterra. Na aldaar de steile klim verwerkt te hebben, moesten we op zoek naar de René, die we kwijt gespeeld waren door onze fratsen in Pisa. Na onze voorraad drank en eten weer op peil gebracht te hebben, konden we eindelijk genieten van het Toscaanse landschap in al zijn pracht en praal : “magnifique”. Onder een loden zon was de’n Dré in supervorm vandaag : eerst demareerde hij zowaar op de klim naar Volterra : alleen DirkG had een antwoord klaar ( en welk!), dan schoot Dré beelden vanop de fiets. De rest vroeg zich af of dit alleen het resultaat was van wat zalf en Voltaren ( en Volterra…), of was er hier meer in het spel? In elk geval zijn knieproblemen lijken voorbij.
Dinsdag 29 mei 2001 : dag 11
Siena 08.00 h Assisi 15:30 h 152 km Gemid. 26 km/h Topsnelheid : 70 km/h
Na een korte toeristische uitstap naar de Duomo en de campo van Siena, een
restaurant opgezocht en ons aldaar tegoed gedaan aan de lekkere Italiaanse gerechten,
als daar zijn : bruschetta al pomodoro, minestrone, calzone, spagetti, pizza
en alles overgoten met Italiaanse streekwijn. Vroeg onder de dekens, om de volgende
dag reeds voor 8 h op de weg te zijn. Als naar slechte gewoonte namen we weer
de verkeerde weg en konden nog net de autostrade vermijden. Na een kleine omweg
toch het juiste traject gevonden en opnieuw prachtige streken doorkruist, vooral
het stuk tussen Pisa en Asciano. Een constante echter tijdens heel onze
trip:
hoe mooier het landschap, hoe steiler de hellingen. Zwaar dus ! De eerste stop
vond plaats in een heel typisch Italiaans café ( u mag vooral de foto’s
niet missen!) met lekkere pannini’s. Ondertussen werd het broeierig heet
en was iedereen blij dat we in Assisi arriveerden. We logeerden aldaar in een
groot hotel voor pelgrims, vol met ronddolende paters en zusters in traditionele
kledij. Terwijl ik dit schrijf, genieten we (opnieuw) van een pintje en een
ijsje, terwijl den Hugo en DirkB al een uur op hun kamer zitten : waarschijnlijk
steendood in slaap gevallen. Nadien een blitzbezoek gebracht aan Assisi, om
de’n Dré zijn knie een beetje te sparen. En den Hugo is zowaar
NIET platgevallen vandaag, knap he. Een bus Belgen, die in hetzelfde hotel logeerden;
waren vol bewondering voor onze prestaties en bleven ons bestoken met vragen,
tot tijdens het avondeten toe. We voelden ons echte helden…. ( een kinderhand
is gauw gevuld, nietwaar…). De buschauffeur van deze Belgen had maar met
een half oor geluisterd, en feliciteerde den Dré prompt met zijn …
70ste verjaardag ( terwijl in werkelijkheid René zo jong was geworden.
De avond werd besloten op de bank in de mooie binnentuin, bij een zalige temperatuur.
Woensdag 30 mei 2001 : dag 12
Assisi 07.30 h Roma 16:30 h 204 km Gemid. 28,3 km/h Topsnelheid : 58 km/h
De laatste dag: om de hitte een beetje te ontvluchten, een half uurtje vroeger vertrokken, vooral omdat deze rit een lange rit was, en geen gemakkelijke : hoogteverschilllen tot 300 m is niet niks. Toch werd dadelijk een stevig tempo ontwikkeld onder leiding van, jawel, DirkG en DirkB. Het landschap was weer om van te snoepen, en zelfs de kwaliteit van de wegen verbeterde ( verkiezingen, naar het schijnt ). Na de middagstop in een baancafé-benzinestation ( waar we letterlijk cola zwolgen en lekkere pannini’s oppeuzelden), en nog een lekke band voor den Dré ( 12 in totaal : acht voor Hugo, drie voor Dré en eentje voor de schrijver), en nog een laatste wegvergissing, werden op 25 km van het einde tegemoet gereden door de “big chief” van onze volgende overnachtingsplaats : pater Luc Van Looy , per fiets notabebene, een landgenoot. Die gaf zowaar nog een snok aan het tempo, zodat we moe, maar zeer voldaan arriveerden op het 15 hectare groot domein van de paters Salesianen ( stichter is de ons bekende Don Bosco). ’s Avonds mochten we samen met de paters eten : wat vooral opviel was de snelheid waarmee deze heren hun maaltijd verorberden : werkelijk onklopbaar. Maar het eten was zeer lekker. Nadien werden we door 3 Belgische paters uitgenodigd voor een glaasje wijn, en een stevige slaapmuts , in de bar. Gezellig, plezant , kortom we waren zeer aangenaam verrast met de gastvrijheid van onze landgenoten. Na een iets kortere nacht dan gewoonlijk, hebben we vandaag een bezoek gebracht aan Rome, met de bus. Het was er, het zal jullie niet verrassen, vooral zeer warm. Terwijl de anderen nu de fietsen ontmantelen, breng ik dit laatste verslag in op de PC, in de hoop dat jullie het nog vandaag ( donderdag) kunnen lezen, en ik hoop dat jullie een beetje een idee hebben van het verloop van ons avontuur. De straffere verhalen, de geruchtenmolen ( die al volop werkt in Kontich, naar ik heb vernomen), kan je horen vanaf zondag
Epiloog
De totale afstand bedroeg uiteindelijk 1970 km, inclusief de omleiding in Zwitserland en alle wegvergissingen. Wat is mij opgevallen achteraan het groepje bengelend :DirkG was superieur als fietser, maar was de perfecte ploegspeler. DirkB heeft mij verrast door zijn klimkwaliteiten en door zijn stevig kopwerk op het vlakke ( zijn daaltechniek daarentegen vereist nog wat oefening), wat den Hugo presteert op 61 jarige leeftijd, is om jaloers op te zijn: ik wou dat ik het ook nog zal kunnen binnen 20 jaar! Den Dré heeft eenieders bewondering voor het karakter dat hij getoond heeft tijdens zijn knieperikelen, en de René heeft prachtig werk geleverd als volger, begeleider en humorist : zonder hem was dit avontuur voor de fietsers niet mogelijk geweest zijn. En ikzelf vind dat ik tevreden mag zijn over mijn, en natuurlijk over eenieders prestatie. Dit was een prachtig avontuur, met een geweldige ambiance, het weer was buiten verwachting schitterend, het parcours bij momenten adembenemend. Dit is wat mij betreft vatbaar voor herhaling, en voor allen die er deze keer niet bij waren, heb ik maar één raad : DOEN VOLGENDE KEER.